Home Kijk & lees Bobby Schuller: ‘Rekken is goed, scheuren niet’

Bobby Schuller: ‘Rekken is goed, scheuren niet’

Bobby Schuller vertelt in de prekenserie “Ik voel mij rijk” over rentmeesterschap en waar dit nu werkelijk om gaat. ‘Rekken is goed maar scheuren niet’, zegt de voorganger van Hour of Power. Wat hij daarmee precies bedoelt legt hij aan de hand van een aantal pakkende voorbeelden en verhalen uit.

Bobby: ‘In deze serie preken gaat het over rentmeesterschap, en de reden dat wij christenen dit rentmeesterschap noemen is omdat wij geen koningen zijn, wij zijn rentmeesters. Ik weet niet of jullie Lord of the Rings hebben gezien maar er zit een scène in Lord of the Rings waarin Gandalf aankomt in Gondor, zeg maar de hoofdstad van de mensen en daar zit een rentmeester op een kleine troon net onder de grote troon. En de rentmeester heeft min of meer de leiding als de koning weg is. Gandalf heeft de man bij zich die koning zou moeten zijn, Aragorn. Er breekt een felle woordenwisseling tussen hen uit. De rentmeester zegt: “Ik weet wie Aragorn is. Ik weet wie je bij je hebt. Maar Gondor is van mij.” Ik zeg dit omdat wij soms vergeten dat wij op de stoel van de rentmeester zitten, niet op de troon.’

Grensverleggend

Schuller: ‘Over alles wat wij hebben, of wij nu rijk of arm zijn, hebben we als gelovigen verklaard dat dit aan God toebehoort. Je bent gestorven door je doop. Je getuigt van het idee dat je in je doop met Christus gestorven bent zodat je met Christus weer opstaat tot een nieuw leven. Toen je dat verklaarde, nam je de kroon van je hoofd en gaf je hem aan Jezus en je zei: Heer, alles wat ik heb, is van U. En als dat gebeurt, worden wij rentmeesters. Geen koninginnen, geen koningen. Wij worden rentmeesters die Gods geld en Gods spullen beheren. Alles wat wij hebben, is van Hem. Maar God zal altijd dingen doen om je grens te verleggen. Niet alleen in ons geven, maar in alle aspecten van het leven.’

Alles wat wij hebben is van Hem

‘Rekken is goed voor je, echt waar. Ik weet nog dat ik als kind op Taekwondo ging, een Koreaanse vechtsport. Daar heb ik best wat aan gehad. Al heb ik waarschijnlijk beter leren vechten op ijshockey dan bij Taekwondo. Bij ijshockey trek je gewoon een shirt over iemands hoofd en geef je hem een knietje tegen zijn neus. Heel effectief. Bij Taekwondo had ik een fantastische trainer. Meester Miley heette hij. Hij gaf les aan mij en mijn broer en mijn stiefmoeder. Wij kenden hem al jaren. Hij zat ons altijd achter de broek om kampioen te worden. Ik herinner me dat we af en toe rekoefeningen moesten doen. Ik deed altijd maar half mee want ik had een enorme hekel aan dat rekken. Dan zei hij: “Schuller! Dieper door je knieën zakken.” Dan zei ik: “Meester Miley, dat doet pijn.” En dan zei hij: “Schuller, het is geen rekoefening als het niet een beetje pijn doet.” En zo leidt dat rekken mij naar een beroemd verhaal in het Oude Testament. Het verhaal van de weduwe van Zarfath.’

Bäal

Bobby Schuller vervolgt: ‘Het boek Koningen bevat een verhaal over de koningen van Israël en daarin lees je dat de meesten van hen niet deugden. Ik geloof dat er acht goede waren. Maar de rest, ik dacht zo’n 32, waren allemaal slecht en zij werden ook steeds slechter en slechter. Waarschijnlijk is Achab de ergste en dit is hoe het verhaal begint. Achab, die koning van Israël is, heeft volgens De Bijbel meer kwaad gedaan in de ogen van de Heer dan wie dan ook vóór hem. Wat heeft Achab gedaan? Achab trouwde met een vrouw uit Sidon, de bekende Jezebel, die twee goden meebracht: Baäl en Asjera. En nadat ze trouwden, begon Jezebel het Israëlitische volk aan te zetten tot het aanbidden van Baäl en Asjera. Achab zelf bouwde een tempel voor Baäl en zette er Asjerapalen omheen. Als je niet zo bekend bent met die heidense goden, Asjera is waarschijnlijk het Hebreeuwse woord voor Astarte die iets bekender is. Naast haar was de god Baäl, de beroemdste en meest verdorvene van de heidense goden. Baäl duikt voortdurend op. Baäl is ook de god van de vruchtbaarheid, de regen, de dauw en het onweer en Baäl functioneert vaak in het Kanaänitische pantheon als een soort Zeus-achtige figuur, waarin hij een god is maar ook figureert als de koning van alle goden.

Waarom is dit zo zondig? Waarom is het aanbidden van andere goden zo verkeerd? Wij moeten niet vergeten dat de toenmalige lezers van dit boek wisten dat Baäl-aanbidding gepaard ging met het offeren van kinderen. Het betekende onderdrukking van de zwakken. Het betekende dat je de armen de rug toekeerde. Baäl is de god van de welvaart. Hij is de god van de regen en de god van de dauw en omdat Achab kinderen heeft geofferd, de armen de rug heeft toegekeerd en een tempel voor Baäl heeft gebouwd roept God een profeet op om Achab ter verantwoording te roepen. Die profeet is Elia. Hij is misschien wel de belangrijkste profeet, naast Mozes, in de Bijbel. Hij is zo belangrijk, hij is de messianistische figuur en hij komt binnen en zegt tegen Achab: Achab, vanwege het kwaad dat je hebt gedaan zal God alle regen en dauw Israël ontzeggen. Omdat je hebt gebogen voor de god van de regen en de dauw en niet voor God zal dé God de regen en de dauw afnemen. En vanaf dat moment wordt het hele land droog’, leidt dominee Schuller zijn verhaal in.’

Let op, dit is mooi. God gaat een arme weduwe gebruiken om een man van God te geven wat hij nodig heeft

‘Gedurende 3,5 jaar is er geen regen meer en alles op de boerderijen sterft en een vreselijke hongersnood komt over het land. Achab blijft echter kinderen doden en voor Baäl buigen. In die tijd wordt het moeilijk om in het land te blijven leven en God zegt tegen Elia: “Er is een weduwe”, en let op, dit is mooi: “Ik heb gezorgd dat er in Zarfath een weduwe is die je zal voorzien van alles wat je nodig hebt.” En wat ik leuk vind aan dit verhaal is dat die weduwe geen idee heeft. Als God dat tegen Elia zegt, is die weduwe enorm arm en heeft ze het zwaar. Het idee dat God haar gaat gebruiken om de man van God te voorzien van wat hij nodig heeft, is ontzagwekkend.’

Broodnodig

Bobby Schuller vertelt:’Elia reist naar Sidon, dat interessant genoeg het thuisland is van Jezebel die al die spullen heeft meegebracht en hij gaat naar de stadspoorten en hij ziet deze vrouw. Ze is er overduidelijk slecht aan toe. Haar gezicht is uitgemergeld, haar vingers zijn knokig. Ze is moe en hongerig maar toch is ze jong en mooi. Ze is hout aan het sprokkelen en terwijl ze dat doet komt de man van God dichterbij en hij zegt tegen haar: Vrouw, wil je voor mij wat water halen? Vanwege haar cultuur helpt ze de vreemdeling. Zij kijkt naar hem en zegt: Goed, ik haal wat water voor je. En ze loopt weg. En terwijl ze wegschuifelt om wat water te halen, zegt hij: “Wacht, vrouw. Breng mij alsjeblieft ook wat brood. Ik heb honger”. En dan weet zij niet meer wat ze moet doen. Uiteindelijk kijkt ze op naar de man van God, en zegt: “Dat kan ik niet. Ik heb nog maar een handvol meel en een paar druppels olie over en daarmee wil ik nog één brood bakken. En dan eten mijn zoon en ik dat op en dan gaan wij dood, want dit is alles wat wij nog hebben.” Wat ik mooi vind, is dat Elia een gepassioneerd mens is. Ik heb dat verhaal deze week talloze malen gelezen, zelfs in het Hebreeuws. En toen Hannah het voorlas, ontdekte ik iets wat mij niet eerder was opgevallen. Het eerste dat Elia tegen haar zegt, is: “Wees niet bang”. Hij troost haar. En dan zegt hij: “Geef mij dat brood”. Kun je het je voorstellen? Mijn zoon gaat dat brood opeten en sterft daarna. En hij zegt: “Mag ik het? Bak brood voor mij en dan blijft er wel wat over voor jou”. En het bijzondere is dat die vrouw dat doet. Zij ziet iets in die profeet en God bewerkt haar hart om haar vrijgevig te maken op een ongelooflijke manier. En ze geloofde. En ze gaf hem haar laatste stukje brood. En ook al was ze een heiden, God zag haar vertrouwen en zag dat het voortkwam uit rechtschapenheid. Vanaf die dag had ze al het brood en alle olie die ze nodig had.’

Magische kom

‘Elia trok bij haar in en daar stond een magische kom met olie en brood. Die raakte nooit leeg. Telkens was er meer meel en meer olie. Zij wist niet dat God had gezorgd dat Elia via een weduwe brood zou krijgen. Zij wist niet dat God een wonder in haar leven ging doen. En dat was niet het eerste stukje voorzienigheid. Elia woont daar jarenlang en nooit raken de voorraden op. Dan wordt de zoon, die ooit bijna dood was en nu fit en zelfs goed stevig is op een dag ziek en niemand weet wat er aan de hand is. En het wordt steeds erger. En op zekere dag overlijdt die jongen. Elia komt naar beneden, komt op het tumult af. Met betraande ogen kijkt ze Elia aan en zegt: “Man van God, waarom ben je hierheen gekomen? Om mij te herinneren aan mijn zonde? Om mijn zoon te doden?” Elia geeft geen antwoord’, voert pastor Bobby de spanning op.

‘Elia ziet de jongen, hij barst in tranen uit. Hij tilt de jongen op en legt hem op tafel. Wat ik mooi vind aan Joden, is dat ze niet als christenen bidden. Wij bidden in de trant van: “Heer, als het U, gezeten op uw troon, behaagt wilt U dan dit kind genezen?” Maar zo doen de Joden dat niet. Het Hebreeuwse woord voor deze vorm van geloven, is chutzpah. Elia kijkt op naar God en zegt: “Heer, wat hebt U gedaan? U doodt dat kind? U staat toe dat deze jongen sterft?” Elia kermt en huilt boven de jongen. Driemaal buigt hij zich over de jongen en schreeuwt het driemaal uit tegen God. Die derde keer is trouwens heel belangrijk. In een Joodse context staat 3 voor Abraham, Izak en Jakob. 3 is het symbool voor het verbond. Het bijzondere is dat dat een heidense jongen is, geen Joodse jongen. Maar toch buigt Elia zich over hem en zegt: “God, gedenk uw verbond met mij”. Hij zegt: “God, doe mij dit niet aan. Laat mij niet bij deze weduwe intrekken om voor haar te zorgen en ontneem haar dan haar zoon. Denk aan het vertrouwen dat ze toonde door haar laatste brood te geven aan een vreemdeling, opdat hij niet zou sterven terwijl haar eigen zoon wel dreigde om te komen. Genees deze jongen.” En na die derde wanhoopskreet tot God komt zijn borstkas in beweging. Hij slaat zijn ogen op en dat wordt het tweede wonder. Het is het eerste verhaal van een wederopstanding in de Bijbel. Iemand die weer tot leven wordt gewekt. Ik vind het een prachtig verhaal. Wij weten niet wat voor zonde die vrouw begaan heeft en welke schaamte ze voelt. Wij weten dat zij niet Joods is. Het enige dat wij weten, is dat ze iemand in nood aantrof en hem in goed vertrouwen het brood van haar zoon gaf. En God zegende haar daarvoor.’

Rekoefening

Schuller: ‘Hij is een goede God. Wat ik maar wil laten zien, is dat het heel vaak zo gaat in het leven. Haar zorg voor de profeet was ook haar zorg voor zichzelf. Haar zorg voor de profeet was Gods plan om haar zoon te redden en iets wonderbaarlijks in haar leven te doen. Vaak, wanneer God ons een rekoefening opgeeft en ons aanspoort te geven en ons aanspoort om iets voor mensen in nood te doen. Dan wordt dat heel vaak iets wat ons overvloed bezorgt.’

Geef al het geld dat je vanavond krijgt aan de zendeling

Cheque

Ik herinner mij Robert Morris, een voorganger in de grote Gateway-kerk in Dallas. Hij is een tijdlang rondtrekkend evangelist geweest. Hij was altijd afhankelijk van de vrijgevigheid van anderen en wist nooit waar geld vandaan zou komen. Net als Eastman, over wie ik het vorige week had. Hij wordt in één kerk uitgenodigd, de enige die maand. En hij vraagt aan God: “Hoe moet ik deze maand voor eten voor mijn gezin zorgen?” Hij gaat naar die kerk en daar vertelt een zendeling over haar werk. En God zegt tegen hem: “Geef al het geld dat je vanavond krijgt, aan de zendeling”. Het mooie is dat die kerk die avond een enorme collecte bijeenbracht. Die schonken ze aan voorganger Morris en dat was de grootste gave die hij ooit had ontvangen. Dat was precies wat hij nodig had voor die maand. Hij was door het dolle heen en toen herinnerde hij zich dat God hem gezegd had om de collecte van die avond aan de zendeling te geven. Hij schrijft een cheque uit en geeft die aan de zendeling. Later die avond zit hij aan tafel met iemand. Een man in een pak, die hij nooit eerder gezien heeft. Die geeft hem een cheque met een bedrag dat tienmaal hoger is dan dat wat hij aan de zendeling heeft gegeven. Twee dingen over geven: Wees wijs. Rekken is goed, scheuren niet. En luister naar de Heer zoals voorganger Morris deed toen hij van God hoorde dat hij zijn gave aan de zendeling moest schenken. Ga dat oefenen. Zet een eerste stap, sta open voor de nood van je naaste. De nood van mensen die het moeilijk hebben misschien op je werk of bij jou in de buurt en zie hoe God je vrijgevigheid aanwakkert’, zegt Bobby Schuller tot besluit.

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan