Home Kijk & Lees Wereldkampioen karate Robin van Soolingen knielde voor Jezus

Wereldkampioen karate Robin van Soolingen knielde voor Jezus

Als kind leerde Robin van Soolingen al vroeg dat hij het vooral zelf moest doen. Op zijn zevende begon hij met karate omdat hij zich onveilig voelde en zich staande wilde houden op het schoolplein. Het bracht hem uiteindelijk nationale en internationale titels. Pas toen hij volledig vastliep, ontdekte hij iets wat sterker bleek dan winnen: de vaderliefde van God.

Achter de successen zat een jongen die op zoek was naar een plek waar hij écht bij hoorde. ‘Ik was nationaal en internationaal vechtsportkampioen en niemand maakte mij wat’, vertelt Robin. ‘Ik leerde eigenlijk al heel vroeg dat je alleen op jezelf kunt rekenen. Ik had wel van God gehoord, maar ik kende Hem niet. Ik zorgde al heel lang voor mezelf.’ Jarenlang leek die houding hem ver te brengen. Robin groeide uit tot een succesvolle vechter, werd Nederlands kampioen karate en schopte het tot het nationale team. Toch zat er achter de medailles een diepere zoektocht verborgen.’Wat ik eigenlijk zocht was een plek waar ik gewoon bij mocht horen. Dat vechten was leuk, maar het diepste waar ik naar zocht was een groep waar ik onderdeel van kon zijn. Toen ik in het nationale team terechtkwam, vond ik dat voor een deel. Allemaal jongens en meisjes van mijn leeftijd die hetzelfde leuk vonden.’

Als kind voelde ik me nergens thuis

Robin van Soolingen over zijn Indonesische wortels

Een bang jongetje

De oorsprong van zijn vechtersmentaliteit ligt volgens Robin veel eerder. Als kind voelde hij zich vaak nergens echt thuis. ‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ergens bij hoorde. Door mijn Indonesische achtergrond worstelde ik al jong met de vraag: waar hoor ik nou eigenlijk bij? Ben ik van die groep of van die groep? Onbewust werd het besluit heel snel genomen: als ik dan toch op mezelf sta, moet ik zo sterk mogelijk worden. Karate gaf mij iets wat ik daarvoor niet kende. Tijdens mijn eerste toernooi, toen ik dertien was, won ik onverwacht mijn eerste gevecht. Ik weet nog dat die jongen op me af kwam lopen en ik dacht: o nee. In blinde paniek stak ik mijn vuist uit en ik raakte hem. Toen dacht ik: wauw, dat voelt eigenlijk best lekker. Voor het eerst voelde ik: ik ben ergens goed in. Dat was het begin van: ik heb het in de hand. Ik heb invloed. Ik ben iemand.’

Het kruispunt

In zijn twintiger jaren liep Robin volledig vast. Zijn privéleven verkeerde in zwaar weer en als jeugdhulpverlener werd hij dagelijks geconfronteerd met menselijk leed. ‘Mijn persoonlijke leven was een drama en ik had kennisgemaakt met het leed van de wereld. Zoveel groter dan ik aankon. Op een avond lag ik op bed toen er iets gebeurde dat ik nooit zal vergeten. Ik zag een beeld van een kruispunt. Linksaf naar de dood, rechtsaf: leer leven met Mij. Ik was bang en boos. Iets in mij wist dat dit de enige weg was, maar ik had er geen zin in. Een ander deel van mij wilde zich eraan vastklampen. Ik schreeuwde het uit: “Kom dan als U het beter weet. Maar weet wel wie U in huis haalt.”‘

Ik voelde een enorm welkom bij God

Een bevroren hart

Hoewel Robin zich overgaf aan God, was zijn proces daarmee niet afgerond. Integendeel. ‘Ik dacht: nu gaat de hemel open. Nu komen de engelen naar beneden. Nu krijg ik applaus van boven. Maar er gebeurde eigenlijk helemaal niets, behalve een heel heldere innerlijke beslissing. Ik leerde dat ik alle touwtjes in handen wilde houden omdat ik te vroeg op eigen benen was gaan staan. Controle was mijn manier om niet te hoeven voelen hoe ik mijn ouders miste. Ik had mijn hart in de ijskast gezet. Want als je niets voelt, hoef je ook niets te verliezen. Jezus vroeg me zelfs dat los te laten. Dat voelde als sterven, maar juist daar ontstond ruimte voor liefde, voor troost, voor heling en voor een nieuw begin.’

Vaderliefde

Het thema dat steeds terugkomt in zijn geloofsverhaal is vaderliefde. Wanneer hij probeert te beschrijven wat hij ervaart tijdens aanbidding, zoekt hij zichtbaar naar woorden. ‘Ik weet niet of ik dat in taal kan vatten, maar er is iets wat exponentieel toeneemt. Er ontstaat een intimiteit met vaderliefde. Ik denk dat dat het mooiste is hoe ik het kan omschrijven. Die plek van kind zijn ken ik wel en ken ik niet. Ik ben heel snel volwassen gaan doen. Heel snel zelf de wereld in gegaan. Dus klein zijn, jezelf toevertrouwen, luisteren, vragen in plaats van zeggen, dat blijft voor mij soms nog steeds een gevecht. Als ik zeg: hier ben ik met mijn angst, hier ben ik met mijn boosheid, hier ben ik zoals het echt is, dan ontstaat er altijd ontroering en rust. Ik voel me nooit niet welkom. Ik voel juist een enorm welkom.’

Blijf wandelen, stap voor stap

Van vechten naar verbinden

Tegenwoordig begeleidt Robin als trainer en coach mensen die vastlopen. Van topsporters tot kinderen en teams binnen organisaties. Zijn oude slogan luidde ooit: “Bam, in één klap dichter bij jezelf.” Daar kijkt hij tegenwoordig glimlachend op terug. ‘Dat paste bij wie ik toen was. Snel, hard, vechten. Mijn ritme is veranderd. Ik ben net zo geïnteresseerd in wat de wetenschap zegt over trainen en coachen als in wat God zegt over leidinggeven en leven. Ik hou ervan om die werelden met elkaar te verbinden.’

Dat lijstje

Dat verbinden is uiteindelijk ook de kern van zijn eigen levensverhaal geworden. De jongen die dacht dat hij alles alleen moest doen, ontdekte dat echte kracht niet zit in controle, prestaties of kampioenstitels. Op de vraag welke bijbeltekst hem het meest raakt, noemt Robin de woorden uit Jeremia: ‘Als je Mij zoekt met heel je hart, zul je Mij vinden. Dat geeft mij zoveel rust. Hij heeft een intentie met mijn leven. Ik ben er niet toevallig. Misschien weet ik het niet altijd, maar Hij weet het wel. Het is helemaal niet erg om bovenaan je lijstje te beginnen en te onderzoeken wat er allemaal in het leven te vinden is. Maar weet dat Jezus ook op dat lijstje staat. Blijf wandelen, stap voor stap. Dat is volgens mij het mooiste wat er is.’

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan