Home Televisie Vreugde in je werk

Opening

In 1970 ging een tv-programma van start dat miljoenen mensen anders naar het geloof deed kijken: Hour of Power. Dit is de dag die de Here heeft gemaakt. Laten we ons verheugen. Nog altijd laat Hour of Power een nieuw geluid voor een nieuwe generatie horen. Als je op God vertrouwt, kan niks je tegenhouden. Want wat uw omstandigheden en problemen ook zijn dit moment kan uw uur van kracht zijn.

Samenzang – Joyful, Joyful

Vreugde, vreugde, louter vreugde is bij U van eeuwigheid.
Schepper, die ’t heelal verheugt en bron van eeuw’ge vreugde zijt.
Gij, die woont in licht en luister drijf de schaduwen uiteen hij, die zoekend
Doolt in ’t duister vindt het licht bij U alleen. Amen! Amen! Amen!

Welkomstwoord Door Bobby Schuller en Hannah Schuller

Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft. Laten wij ons daarover verheugen. Goedemorgen. En welkom, kerkfamilie. U bent geliefd vandaag en altijd, door de levende God en door deze kerk. De vijand wil ons graag ervan overtuigen dat kleine daden van goedheid niet veel voorstellen want hij weet hoe krachtig ze kunnen zijn. God kan onze kleine daden van goedheid gebruiken om de wereld te overstelpen en veranderen met zijn goedheid. Schud de hand van degene naast je en zeg: God houdt van je en ik ook.

Koor – “Come, Thou Fount of Every Blessing”

Vol van vreugde wil ik herdenken dat ik tot U komen mocht
En ik hoop met grote blijdschap straks te komen thuis bij U
Geneigd tot dwalen, Heer, ik voel het, God te verlaten, van wie ik houd
Hier is mijn hart, verzegel en neem het voor uw woning, daar omhoog

Schriftlezing door Hannah Schuller

Gaat u zitten. Ter voorbereiding op de boodschap van Bobby volgen hier de woorden van onze Heer in Genesis 4:2. Abel werd herder van kleinvee en Kaïn werd bewerker van de aardbodem. En het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem aan de Here een offer bracht. Ook Abel bracht een offer van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De Here nu sloeg acht op Abel en op zijn offer maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote woede en liet hij zijn hoofd zakken. En de Here zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen. En Kaïn sprak met zijn broer Abel. Laat ons naar het veld gaan. En het gebeurde, toen zij op het veld waren dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde. Wij proberen als kerkfamilie God het beste van onszelf te geven want Hij is waardig en dit is de weg naar het volst denkbare leven. Amen.

Duet – Tully Wilkinson & Sarah Grandpre – “Psalm 23: Surely Goodness, Surely Mercy”

De Heer is mijn herder het ontbreekt mij aan niets
Hij laat mij rusten in groene weiden, Hij geeft mij nieuwe kracht
En leidt mij, tot eer van zijn naam, tot eer van zijn grote naam
Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven
Ik zal wonen in het huis van de Heer tot in lengte van dagen
En zal uw heilige naam loven U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand
En al vliegt de pijl en staat de verschrikking van de nacht
Aan mijn deur, ik vertrouw op U, Heer.
Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven
Ik zal voor altijd wonen in uw huis en uw heilige naam loven
Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar
Al gaat mijn weg door een donker dal, U bent bij mij
Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar
Al gaat mijn weg door een donker dal, U bent bij mij
Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven Ik zal voor eeuwig in uw huis wonen en uw heilige naam loven

Interview – Devon Still

BS = Bobby Schuller en DS = Devon Still

BS: Bij ons vandaag is Devon Still. Hij is een voormalig verdediger van de Cincinnati Bengals. Zijn carrière beleefde een dramatische omslag toen zijn dochter Leah kanker bleek te hebben. Door die beproeving is Devons geloof overbekend geworden. Hij vertelt erover in zijn nieuwe boek Still in the Game. Verwelkom met mij Devon Still. Wat moet het fantastisch zijn om footballprof te worden. Dat moet een droom zijn geweest die uitkwam.

DS: Ik dacht voor het eerst aan een NFL-carrière toen ik 13 was. Ik deed alles om in de NFL te komen. Toen dat gebeurde, bewees dat voor mij wat er mogelijk is als je God op de eerste plaats stelt en je leven wijdt aan iets wat je echt wilt doen.

BS: Dus dan speel je in de NFL en je beleeft die ongelooflijke droom. Er is maar een handjevol mensen dat het ooit zover schopt. En dan overkomt je dochter zoiets vreselijks. Vertel daar eens meer over.

DS: In 2014 werd bij mijn dochter het vierde stadium van neuroblastoom vastgesteld. Zij had 50% kans dat te overleven. Mijn wereld stortte in. Het deed mij inzien wat echt belangrijk is in het leven. Ik beleefde een droom, maar die moest ik opofferen zodat mijn dochter ooit de hare zal kunnen beleven. Ik moest alles doen om haar te steunen.

BS: Ben je je leven lang een christen geweest?

DS: Ja, maar ik was niet sterk geworteld in mijn geloof. Ik liet mij dopen twee maanden voordat bij Leah kanker werd vastgesteld. Dat beproefde mijn nieuwgeboren geloof. Dat is de tijd wanneer de vijand je echt aanvalt want hij ziet niet graag dat de relatie met God sterker wordt. Maar toen besefte ik, omdat de kanker al ver gevorderd was dat het niet zo was dat God het toeliet dat mijn dochter dit overkwam maar dat Hij het juist wilde openbaren, zodat wij de kans hadden haar leven te redden.

BS: Dat is een positieve manier om ernaar te kijken. Wat interessant is, is dat dat vreselijks je overkwam en dat je dat verhaal op Instagram ging delen. Je kreeg ontzettend veel volgers en uiteindelijk heb je heel veel mensen hoop gegeven. Het werd zo een groot verhaal dat het je levensboodschap is geworden.

DS: Het was of God mij richtlijnen gaf tijdens die beproeving. Ik heb het er veel over in mijn boek. Die lessen heb ik gebruikt in de strijd om Leah’s leven te overwinnen. Ik gebruikte het om de slagen in mijn eigen leven te boven te komen. Ik vond het belangrijk om te getuigen en dat wat God mij geleerd heeft, op te schrijven, om mensen richtlijnen te geven in het strijdperk van het leven.

BS: Het is zo’n goed boek. Het heet Still in the Game en het gaat over wat God in je leven heeft gedaan en hoe jij en je gezin die moeilijk strijd hebben doorstaan. Er staat een foto van je prachtige dochter, Leah, in. Hoe gaat het nu met haar?

DS:Heel goed. Volgende maand gaat zij haar vierde hersteljaar in. Wij gaan op naar de vijf jaar. Dan is zij vrij van kanker. BS Goed om te horen. Nog een laatste overweging, Devon. Je weet te bemoedigen en te motiveren. Wat zeg je tegen mensen die hier zijn en een levensbedreigende ziekte hebben of tegen een ouder of grootouder met een dierbare, een kind of kleinkind dat met één of andere ziekte kampt. Hoe bemoedig je die?

DS: Hetzelfde als ik tegen mijn dochter zei. Soms maken we een moeilijke tijd door. Dan lijkt het of wij de storm niet zullen doorstaan. Wij zitten langs de kant en wij wachten op iemand die ons leven gaat redden. Maar onze woorden hebben kracht. Ik vind dat je in actie moet komen. Je moet opstaan, de wedstrijd weer in. Want wat je ook doormaakt, zolang je leeft, zolang er adem door je lichaam stroomt, speel je die wedstrijd. Ik zei tegen mijn dochter toen zij tegen die kanker vocht omdat wij bleven vechten, is zij nu aan de beterende hand. Still in the Game.

BS: Hartelijk bedankt voor je komst.

Koor – “How Can I Keep from Singing”

Mijn leven is een lied zonder eind boven de smarten van de wereld
Ik hoor het verre, ware lied dat spreekt van nieuwe schepping
Dwars door alle tumult en razernij hoor ik de muziek klinken
Een lied dat echoot in mijn ziel Wat kan ik anders dan zingen? wat kan ik anders dan zingen?

Mijn leven is een lied zonder eind boven de smarten van de wereld
Ik hoor het verre, ware lied dat spreekt van nieuwe schepping
Dwars door alle tumult en razernij hoor ik de muziek klinken
Een lied dat echoot in mijn ziel
Wat kan ik anders dan zingen? wat kan ik anders dan zingen?

Al raast de storm al om mij heen, ik ken de waarheid, die leeft
Al sluit het donker zich om mij heen, in ’t donker hoor ik stemmen zingen
Geen storm doet mij van binnen wankelen terwijl ik me vastklamp aan de rots
De liefde regeert over hemel en aard Wat kan ik anders dan zingen? wat kan ik anders dan zingen?

Ik sla mijn ogen op, de wolken worden dunner
Ik zie het blauw erboven en elke dag wordt het pad vlakker
Sinds ik geleerd heb, ervan te houden De vrede van de liefde verfrist mijn hart
Een fontein die voor eeuwig ontspringt Alle dingen zijn van mij in liefde en vreugde
Wat kan ik anders dan zingen? wat kan ik anders dan zingen?
Wat kan ik anders dan zingen? wat kan ik anders dan zingen?

Solo – Natalya Roa – “God, I Look to You”

Halleluja, U regeert, Halleluja, U regeert
Halleluja, U regeert voor eeuwig en altijd
Halleluja, Halleluja, U regeert, Halleluja, U regeert
Halleluja, U regeert voor eeuwig en altijd, Halleluja

Proclamatie met Bobby Schuller

Houd uw handen zo, in een ontvangend gebaar, en zeg met mij: Ik ben niet wat ik doe of wat ik heb. Ik ben niet wat mensen over mij zeggen. Ik ben Gods geliefde kind. Dat is wie ik ben. Dat kan niemand mij afnemen. Ik hoef me geen zorgen te maken of te haasten. Ik mag vertrouwen op mijn vriend Jezus en zijn liefde delen met de wereld. Jullie mogen gaan zitten.

Preek –” Vreugde in je werk : Geef God het beste” door Bobby Schuller

Wij beginnen vandaag aan een nieuwe serie, Avodah. Wij gaan Hebreeuws leren. De komende vier weken gaan wij het hebben over het vinden van vreugde in ons werk. Velen van ons hebben een gloeiende hekel aan ons werk. Dit is niet Gods beste leven voor je, om je werk te haten, je leven te haten. Daar gaan wij het over hebben en er schuilt een eenvoudig antwoord vooral in het Joodse Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament. Het idee van hoeveel vreugde wij kunnen putten uit alles wat wij doen. Niet alleen in ons baantje van 9 tot 5, maar ook in het ouderschap in ons vrijwilligerswerk, in onze dienstbaarheid, in ons pensioen. Daarover gaan wij het hebben. Ik heb een vraag. Wat was het mooiste baantje dat jullie ooit gehad hebben? En denk dan aan het tegenovergestelde. Misschien heeft niet iedereen zo’n mooie baan gehad maar iedereen heeft wel een baan gehad die vreselijk was. Wie heeft er ooit zulk werk gehad? Steek je hand maar niet op. Zo van, dat werk doe ik juist nu. In veel gevallen, misschien wel in de meeste hoef je niet van werk te veranderen om ervan te houden. Meer daarover straks. In onze wereld vallen de meeste mensen in een van drie categorieën. De eerste is de groep die altijd maar wacht. Altijd maar wachten tot iets voorbij is. Velen van ons gaan op maandagmorgen naar ons werk. Wij staan op en wij denken, daar gaan we weer. Aankleden, douchen, de deur uitgaan, positief proberen te blijven. Maar je hebt er een gloeiende hekel aan, en je telt de dagen af naar het weekend. Everybody’s working for the… Niemand? Wie is er in de jaren ’80 opgegroeid? Everybody’s working for the weekend. Dat is niet Gods beste voor ons leven. Er is niks mis met werken van 9 tot 5 maar wel met altijd uitzien naar het weekend, naar de vakantie en er vanuit gaan dat het grootste deel van je leven altijd tegenvalt. Zo moet je je leven niet leven, toch? Maar daar bestaat een antwoord op. Er is ook een ander probleem. De tweede soort mensen. De workaholic. Mensen die hun identiteit compleet ontlenen aan wat zij doen. Zij malen niet om werken op maandag, want zij werkten ook op zondag. Zij werken van maandag tot maandag. Zij werken elke dag. Zij werken tot ’s avonds laat en beginnen ’s ochtends vroeg. De tijd vliegt voorbij voor de workaholic. De workaholic voert een vreemde strijd waarbij hun identiteit volledig is verpakt in wat zij doen. Voor sommigen biedt het een uitweg uit wanhoop, depressie, verslaving. En dan is er de derde persoon. De persoon die wil werken maar het niet kan of het niet doet. Dat kan jongeren overkomen die worden ontslagen of door een ongeval arbeidsongeschikt worden. En dan is er die wanhoop. Van ouders die zich helemaal voor hun kinderen hebben opgeofferd. Nu trekken ze het huis uit. Wat moet ik nu? Ik ben 20 jaar lang mama of papa geweest en nu zijn mijn kinderen de deur uit. Hoe geef ik mijn leven zin en doel? Ik wil jullie vandaag meegeven dat de Schrift daar een antwoord op heeft. Het is geen vreselijk bestaan van vijf dagen om een beloning te krijgen. Het is niet altijd werken, het is niet nooit werken. Het is: laat alles wat je doet, wat je ook doet, met je volledige hart zijn alsof je voor de Heer werkt en niet voor de mensen, zoals in Kolossenzen staat. Dat alles wat je doet aanbidding is, een daad van dienstbaarheid. Dat je werk ook aanbidding is en aanbidding je werk. Dat je bij de kleine en de grote dingen kunt zeggen: alles doe ik, Heer, voor U. Het is mijn aanbidding, Heer voor U. Ik wil jullie ervan overtuigen dat ons hele bestaan, onze omstandigheden, alles hier in ons denken begint. U zorgt voor alle grote en kleine dingen. Laat mijn werk mijn aanbidding zijn. Maarten Luther heeft daar veel over gezegd. Dit idee heeft later wortel geschoten in de Amerikaanse cultuur, wat positief wordt ervaren, de protestantse arbeidsethiek. Maar het woord protestants is hier niet op zijn plaats. Protestanten werken hard maar het idee komt niet van Maarten Luther of de Reformatie maar van de Joden. Dat zie je het best aan dit woord: Avodah. Zeg dat allemaal maar eens: Avodah. Het betekent drie dingen, maar je kunt het alleen verklaren vanuit zijn context. Avodah betekent werk, het betekent aanbidding en het betekent dienstbaar. Mijn werk is mijn verering, mijn dienst is mijn verering, mijn dienst is mijn werk. Het idee is dat alles wat ik doe, telkens als ik mijn vak beoefen alle grote of kleine dingen, dat God dat ziet en dat het ertoe doet voor hem. Hij is daar dankbaar voor en zegent ons ervoor mits we het doen met het juiste hart. Wat wij ook doen of wij in het koor zingen of kerkbanken maken of preken of toiletten schoonmaken, wij doen het voor de Heer. Let maar eens op hoeveel verschil die kleine verandering in je leven gaat maken. Het is interessant dat Jezus zelf het grootste deel van zijn leven niet besteedde aan wat wij nu zijn bediening noemen. Jezus werd gekruisigd en opgewekt uit de dood en voer ten hemel rond zijn 33ste. Maar pas drie jaar daarvoor begon Hij met zijn verkondiging. Wat deed Hij tot dan toe? Velen van ons weten dat Hij waarschijnlijk timmerman was, volgens de overlevering. In de Bijbel staat er ‘techneut’. Dat is een bouwer of een maker. Dat is niet per se een timmerman, al werkte Hij vast veel met hout. Maar het kan ook metaal of steen geweest zijn. Dat is wat Hij vooral gedaan heeft als volwassene. Hij werkte gehoorzaam en geduldig met zijn handen en bouwde dingen. Is dat niet mooi? Dat God zelfs als mens schepper, maker en bouwer is. Weet dat het werk dat Hij deed, God evenzeer eerde als zijn prediking. Daarom vond God het geen tijdverspilling dat Jezus in zijn volwassen leven lange tijd een gewone timmerman was. En God vindt het ook geen verspilling van jouw tijd dat het werk dat je nu doet, misschien onbetekenend is in de ogen van de wereld. God kijkt naar het hart. Hij houdt van nederigheid. Hij houdt van hard werk. En hij houdt er vooral van als mannen en vrouwen doen wat ze doen om Hem te eren. God geeft ons altijd doelen die ertoe doen, die een eeuwige waarde hebben. Wij hoeven alleen maar te zeggen: Spreek, Heer, uw dienaar luistert. En wees gehoorzaam bij het doen van de grote en de kleine dingen. Voor diegenen hier die onze bestemming zoeken: Er is geen bestemming. Er zijn veel bestemmingen en veel roepingen voor ieder van ons. En met elk ervan groeien wij en eren wij de Heer en zegenen wij onze levens met ons werk. Wij zijn geschapen met een doel en we zijn geschapen voor avodah. Niet de slopende arbeid zoals het werk dat God Adam opdroeg nadat Hij hem uit het paradijs had gestuurd. Maar het soort werk van voor de zondeval: Avodah. Waarbij ons werk leven geeft, mooi is, zinvol is, vreugde schenkt, werk dat wij gretig aanpakken. Het is moeilijk en uitdagend, maar mede daarom zo prachtig. Als kind vroeg ik mijzelf af wat het leukste en wat het naarste werk was. Ik herinner mij een van mijn mooiste baantjes. Natuurlijk is deze baan het allermooiste. Maar één van de baantjes die ik het mooist vond, had ik tegen het einde van mijn middelbare school. Ik werkte bij de kerk van mijn vader als klusjesjongen. Ik deed dat samen met een man, Tim en ik kreeg het minimumloon. Dat was toen iets van 6 dollar per uur. Ik moest er om 6 uur ’s ochtends zijn en ging om 2 uur ’s middags naar huis. Ik moest dus heel vroeg opstaan, wat voor een 16-jarige een hele klus is. Maar ik werkte met mijn handen en bouwde een trap. En ik maakte een loper, want Tim was een slotenmaker en leerde mij dat. Het gaf mij zoveel, maar het leverde amper wat op. Maar elke dag werd ik vrolijk wakker en verlangde ernaar, aan het werk te gaan. En mijn aller-vervelendste werk deed ik als student, toen ik in de koffiecorner werkte. Ik verveelde mij te pletter bij Barnes & Noble. Je had toen nog geen Starbucks in Oklahoma en ik maakte daar heerlijke Italiaanse cappuccino maar als ik die serveerde, zeiden de mensen: Pardón… Iedereen vond mijn cappuccino’s verschrikkelijk. Ik voelde mij er eenzaam. Ik werd bijna ontslagen omdat ik Frank Sinatra zong. Echt waar. Ik sta daar dinsdag om 10 uur ’s ochtends heel alleen de vloer te vegen en ik zing. ik heb de wereld aan een touwtje en ik zit op een regenboog, ik heb dat touwtje om mijn vinger wat een wereld, wat een leven, ik ben verliefd Het koor klapte hier voor. Zij willen dat ik doorga. Als ik vanavond bid en nadenk over vandaag, denk ik: Wat was dat dom. Het is geen show, het is een preek. Beheers je. ik ken een lied waarmee ik de regen kan laten ophouden. Ik sta zo te zingen en daar komt mijn baas. En hij zegt: Ssssst, wat doe je nou? Dit is een boekwinkel. Maar er is niemand, zeg ik. Ik vond het een verschrikkelijke baan. Maar daar hoorde ik een preek over het idee dat er zelfs minder leuk werk, aanbidding kan zijn. En ik besefte dat zelfs als mijn baas mij op mijn huid zit en als er niemand is en er niks te doen is en ik loop te vegen dat ik dit voor de Heer doe. Ik ga het voor de Heer doen en hem daarmee eren. Ik ben een levend getuigenis dat dit het beste is wat je in je werk kunt doen. Vooral in het werk dat je haat. Doe het voor de Heer. Door het als aanbidding te zien waardoor deuren voor je open gaan en hoe zegeningen vanuit de hemel over je worden uitgestort. Meer mensen willen voor je werken, meer kansen worden je geboden. Want alles wat je doet, doe je met vreugde, met een blij hart. Met een vredig gevoel. Je gaat moe, maar met een glimlach op je gezicht naar huis. Mensen zijn geschapen voor een doel. Om dingen met hun handen en hoofden te doen. Dat is goed. Dat heeft de Here voor ons. Werk was een van de zegeningen in de Tuin van Eden. Wist je dat? Voor de zondeval kregen Adam en Eva werk te doen. Ze zeggen altijd dat dat het benoemen van dieren was. Daar geloof ik niks van. Het werk wat zij kregen, was abad en shamar. Zij waren boeren. Hier kom je voor het eerst het woord abad tegen. Het is een vorm van avodah. Avad, je kunt het ook met een V spellen. Dat is verwisselbaar in het Hebreeuws. Avad en shamar. Werken en dienen in het paradijs was ook een vorm van verering. Het andere woord, shamar, betekent beschermen. Ik kan nu niet ingaan op waartegen zij de tuin moesten beschermen. Al is dat een interessant onderwerp om over te praten. Zij moesten die tuin beschermen en de grond bewerken en verzorgen en te onderhouden. Dat was hun werk. Zij wisten dat zij daartoe op aarde waren. Zij hadden een koninklijk gezag over het paradijs. En dat gezag, plus het werk, plus de zorg plus de liefde voor die tuin was wat hen het leven schonk. Dat was hun roeping tot de zondeval. Ik wil sommigen wat hoop geven. Vaak denken wij dat wij in de hemel lekker de hele tijd Yolo gaan zitten eten. Niet Yolo. Hoe heet die bevroren…? Fro yo. Ik gooi dingen door elkaar. Vaak denken wij dat wij in de hemel lekker niks gaan zitten doen. IJs eten, ademen onder water, vliegen. Niks van waar. Als wij naar de hemel gaan… In de nieuwe hemel en aarde moet er gewerkt worden. Voor sommigen is dat pech, voor anderen is dat hoopgevend. Wat als je serieus over het hiernamaals nadenkt, klinkt werken best saai. Laten wij eerlijk zijn. Een beetje saai klinkt het wel. Maar Gods natuur is….Als wij naar de hemel gaan en de hemel terugkeert op aarde onder Christus’ heerschappij, is er werk aan de winkel. Wij moeten gebouwen bouwen, liederen zingen, schilderijen schilderen. Wij krijgen van alles te doen en te maken. Dan hebben wij onze eigen wil en ons eigen vermogen om dat te doen. En dat wordt ontzettend leuk en leven schenkend en zinvol. Sommigen van ons zal dat hoop geven. Waarom? Omdat wij zingeving willen. Wij willen niet dat onze zingeving verdwijnt als wij naar de hemel gaan. Maar dat gebeurt niet. Dit maakt deel uit van Gods zegen. Ik begin erover omdat in de moderne wereld het idee bestaat dat niet werken ideaal is. Dat is het niet. Niet werken is niet het ideaal. Sommigen van ons kunnen niet werken zoals wij gewend waren maar uiteindelijk willen wij allemaal iets doen wat zin heeft. Met onze hoofden of met onze handen, of met allebei. En dat is avodah. Nadat Adam en Eva uit het paradijs werden gestuurd, sluit ik af met dat grimmige verhaal van Kaïn en Abel. Kaïn en Abel hebben ieder hun eigen werk. Kaïn is landbouwer en Abel is een soort herder. Je leest dat Abel de vetgemeste delen van zijn kudde of wat het ook is aan God offert als eerbetoon. En Kaïn schenkt een deel van zijn gewassen of bomen aan de Heer en dan staat er dat de Here Abels offer aanvaardde en Kaïns offer afwees. Dat verhaal roept heel veel vragen op maar vooral de vraag waarom God Abels offer aanvaardde en dat van Kaïn niet. Er zijn wat hints. Ten eerste dat Abels offer de vetgemeste delen betrof. Het duurste gedeelte. Alsof je de koe slacht en de filet mignon aan de Here offert. Je neemt de duurste, best verkoopbare, waardevolle, lekkerste delen en die verbrand je bij wijze van eerbetoon. Dat lijkt verspilling, hè? Je eet het niet op, maar je vernietigt het, als offer aan God, als eerbetoon. Voor Abel was het, dat staat er niet maar dat denk ik…Voor Abel was het een gebaar van, neem het beste wat ik heb, Heer. Neem de allerbeste vrucht van mijn arbeid. Maar bij Kaïn staat er niet dat hij het beste van zijn oogst offerde. De beste appels, de zoetste kersen. Er staat alleen dat hij iets aan de Here offerde. Je krijgt de indruk dat hij maar wat pakte. Misschien niet het slechtste, maar zeker ook niet het beste, denk ik. Als God later tot Kaïn spreekt, zegt Hij: Zou Ik je niet aanvaarden als je alleen doet wat goed is? Met andere woorden, er schortte iets aan Kaïns offer. De traditie wil dat Abel het beste offerde en Kaïn alleen de restjes. Abel offerde het beste, Kaïn de restjes. Waarom zou je goed eten verspillen? Maar God is Kaïn genadig. Hij moedigt hem aan, de zonde af te wijzen en het beter te doen. Het juiste te doen en God het juiste te geven. Maar in plaats daarvan verwijt Kaïn Abel zijn voorbeeldige gedrag. Hij voelt jaloezie en verbittering jegens zijn broer en woede jegens God. God kijkt in Kaïns hart en spreekt hem erop aan. Uiteindelijk vermoordt Kaïn Abel vanwege Abels voorbeeldigheid en Kaïns gebrek daaraan. Wij kijken zo makkelijk naar anderen en zeggen dan: Dat zijn slachtoffers die iets claimen. Maar wanneer kijken wij in onze eigen harten en zeggen: Voelen wij jaloezie? Voelen wij begeerte? Voelen wij verbittering omdat wij misschien ons best niet hebben gedaan? Zoeken wij excuses voor het feit dat wij ons best niet hebben gedaan in plaats van te zeggen: Heer, het spijt mij. Ik ga nu echt mijn best doen. Voortaan is dit niet alleen maar werk voor mij. Dit wordt verering. Ik geef U de vetgemeste delen. Ik geef U het beste wat ik heb. Vrienden, ik zeg jullie, dit is de weg naar het leven in je werk. Dat je anderen niet de schuld geeft. Dat je je niet ergert aan je werk. Dat je je baas niet de schuld geeft, ook als hij oneerlijk is. Maar dat je gewoon zegt dat je niet voor je baas werkt, maar voor U, Heer. Alles wat ik doe, mijn ouderschap, mijn schrijven. Al het werk van mijn handen is voor U. Moge het uw naam verheerlijken. Dat is wat het Joodse woord avodah betekent. Het woord betekent dat ik met mijn werk God eer. Mijn dienstbaarheid is mijn verering. Alles wat ik doe, doe ik voor de Here. Mooi, hè? Het is het woord dat ook Jozua gebruikt als hij zegt: Ik en mijn huis zullen de Here dienen. Je kunt dat woord vertalen als werken voor, of als vereren. Het is alle drie. Wij zullen de Here avodah. Wij zullen de Here avad. Daarover spreekt Paulus in Kolossenzen. Daar zullen wij het later over hebben. Maar wat je ook doet, doe het met je hele hart alsof je voor de Here werkt en niet voor de mensen. Alles wat je gedaan hebt, doet ertoe voor de Here. En dat is goed. Wat je gedaan hebt, is goed. Daarvoor ben ik jullie dankbaar.

Zegen

De Here zegene u en behoede u. De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Here wende u zijn aangezicht toe en Hij geve u vrede. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Aanmelden nieuwsbrief

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan