Opening
Een Amerikaanse tv-kerkdienst als het gezicht en de stem van positief christendom.
Samenzang – Joyful, Joyful
Vreugde, vreugde, louter vreugde is bij U van eeuwigheid. Schepper, die ‘t heelal verheugt en bron Van eeuw’ge vreugde zijt. Gij, die woont in licht en luister drijf de schaduwen uiteen hij, die zoekend Doolt in ‘t duister vindt het licht bij U alleen. Amen! Amen! Amen!
Welkomstwoord
Door Robby Schuller
Dit is de dag die God heeft gemaakt. Laten we ons erover verheugen. Amen en nog eens amen. Goedemorgen iedereen. Fijn dat u hier bent, op deze prachtige plek. U zult wel horen dat ik een ver-stopte neus heb. Dus ik klink een beetje als mijn grootvader. Die had altijd zo’n nasaal stemgeluid.
Wend u tot de mensen in uw buurt en breng hen de groet: God houdt van u en ik ook.
Samenzang – “Come Christians, Join to Sing”
Komt christenen, zingt te saâm halleluja, amen prijst Jezus’ grote naam halleluja, amen looft Hem met Hart en stem wees blij, verheerlijk Hem ere komt toe aan Hem halleluja, amen kom, hef uw hart Omhoog halleluja, amen vreugde zo hemelhoog halleluja, amen een gids en vriend is Hij zijn goedheid Geeft Hij mij zijn liefde blijft bij mij halleluja, amen komt christenen, prijst zijn naam halleluja, amen hoe Ook uw weg mag gaan halleluja, amen leven tot in eeuwigheid dank Hem om zijn goedheid komt Kinderen, zingt te saâm halleluja, amen, amen, amen, amen
Schriftlezing – Psalm 95
Door Lawrence Wilkes
U mag gaan zitten. Ter voorbereiding van de dienst van vanmorgen lees ik uit het Boek der Psalmen.
Kom, laten wij jubelen voor de Heer, juichen voor onze rots, onze redding. Laten wij Hem naderen met een loflied Hem toejuichen met gezang. De Heer is een machtige God een machtige koning, boven alle goden verheven. Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding knielen voor de Heer, onze maker. Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat Hij hoedt de kudde door zijn hand geleid. God zegene deze lezing van zijn Heilig Woord.
Lawerence Wilkes introduceert Mark Thallander
Mark Thallander. Je bent hier bepaald geen onbekende. Je was hier achttien jaar organist. Wat fijn dat je er weer bent. Want Mark heeft een vreselijk ongeluk had, een paar jaar geleden alweer. Hij verloor daarbij zijn linker arm en toch speelt hij professioneel en prachtig op het orgel. Welkom, Mark Thallander. God zegene je.
ORGELSOLO – MARK THALLANDER – “Praise God From Whom All Blessings Flow”
Ed Arnold bedankt Mark Thallander
Dank je, Mark, geweldig dat je er weer bent. Kunnen we na de dienst je cd kopen?
Interview – Tom Doyle
EA = Ed Arnold en TD = Tom Doyle
Inleiding
Ik heb vaak de kans gasten voor te stellen en te interviewen. Waarom sta je daar? vragen mensen.
Het tv-werk doe ik als vrijwilliger. Ik heb sinds het begin in 1970 Hour of Power mogen aankondigen.
Dat ik nu ook mensen mag introduceren en interviewen is een grote eer. Vanmorgen hebben we weer
een heel bijzondere gast. Tom Doyle was al 20 jaar dominee en ging als zendeling naar het Midden-Oosten. Toen ze als reisleiders werkten voor de staat Israël hoorden ze steeds meer verhalen over de bovennatuurlijke dingen die God daar deed. Graag applaus voor zendeling en predikant Tom Doyle.
Interview
EA Fijn dat je er bent, Tom. Waarom ging je naar het Midden-Oosten?
TD Ik ging een Bijbelreis maken. We hebben zes kinderen en een drukke kerk. Desondanks ben ik naar Israël gegaa en dat heeft mijn leven veranderd. Ik kreeg grote liefde voor joden en moslims. God legde het verlangen in mijn hart hen de hand toe te steken. We vergeten vaak
dat we allemaal mensen zijn. Ook op ‘moeilijke’ plekken. Iran, Syrië, de Gaza-strook Het zijn allemaal mensen met een ziel, ze zijn allemaal op zoek. Wij moeten hen Christus’ liefde brengen.
EA Wanneer begon je die verhalen over God te horen?
TD Al meteen zeiden moslims tegen me: Ik heb over Jezus gedroomd. Sommigen wel 30 nachten achter elkaar. Een man in een wit gewaad had gezegd: Ik heb je lief, Ik ben voor je gestorven.
Ze zochten contact met christenen, keken christelijke tv, pakten een Bijbel. Ze wilden weten wat dat betekende.
EA Wat kan het effect daarvan zijn?
TD Ik zie het als een breed gebeuren. Ik heb het nog nooit zo sterk gezien. Overal ter wereld waar je moslims vindt vind je mensen die dromen over Jezus en contact zoeken met christenen. We waren pas in Jordanië Een vrouw in een zwarte hijab kwam binnen met haar man, een moslim. Ze maakten kennis met de Amerikaanse arts. De vrouw vroeg meteen: Mr Jeff, bent u christen? Ja inderdaad, zei hij. En ze rolt haar mouw op, en ze heeft een tatoeage van het kruis op haar onderarm. Ze zegt: Ik hou van Jezus. Die arts wist niet hoe hij het had en keek naar haar man. Hoe zit dat nou? Maar haar man zei: ik ook.
EA Wij realiseren ons niet dat zulke mensen daarmee enorme risico’s nemen.
TD Zeker. Als moslims zulke dromen hebben. Een moslim wordt niet van het ene moment op het andere christen. Het is een ontwikkeling. Vaak doordat ze in contact komen met de Bijbel. Ze zoeken naar antwoorden. Als ze besluiten dat ze Jezus willen volgen, in het Midden-Oosten worden hen twee dingen gevraagd: Ben je bereid te lijden voor Jezus? Geen geringe vraag.
En: Ben je bereid te sterven voor Jezus? Want daar kan het op uitlopen. Die kans is zelfs groot in een land als Iran. Stel je voor dat wij die twee vragen stelden aan nieuwe gemeente- leden. We zouden een hele andere kerk hebben.
EA De heilige stad Mekka. Wat gebeurt daar met niet-christenen? Wat verandert daar?
TD Als moslims zich bekeren tot Christus dan laten ze dat verder niet merken. Ze houden dezelfde naam, anders zouden ze zichzelf verraden. Ze gaan naar Mekka en bidden dat mensen Jezus vinden. Er zijn Jezus-verschijningen geweest terwijl de menigte rond de ka’aba liep. Veel mensen zijn daar tot geloof gekomen. We weten dat er een ondergrondse kerk is in Mekka. We kregen een smsje van een vrouw dat ze Jezus heeft gevonden en van Hem houdt. Ze woont in Mekka en luistert in de badkamer naar de radio. Ze vroeg: Is het goed
als ik tot Jezus bid in de badkamer? Ja, dat is goed, zeiden we.
EA Dat zijn echt wonderbaarlijke zaken. Wie leidt jullie zending in het Midden-Oosten, en wat is jullie doel?
TD Ik zit bij E3 Partners. We helpen gelovigen om te evangeliseren en kerken te stichten. Dus uitdragen en kerkopbouw. Ik ga over het Midden-Oosten, Centraal Azië en Noord-Afrika. Dat is waar God zich manifesteert.
EA We waarderen je geweldige werk. U kunt er meer over lezen in Toms boek: Dreams and visions: Is Jesus awakening the muslim world? Tom is zo in het ontvangstcentrum. Hij maakt graag een praatje en u kunt er zijn boek kopen. God houdt van je en wij ook. Bedankt voor alles wat je doet.
Ed Arnold introduceert Don en het CC Koor
Nu opnieuw Don Neuen en het koor, met één van mijn favoriete liederen.
Koor – “How Great Thou Art”
O Heer, mijn God, wanneer ik in verwondering de wereld zie die U hebt voortgebracht het sterrenlicht,
Het rollen van de donder heel dit heelal dat vol is van uw kracht dan zingt mijn ziel tot U o Heer mijn God hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij dan zingt mijn ziel tot U o Heer mijn God hoe groot zijt Gij hoe Groot zijt Gij als ik bedenk hoe God zijn Zoon niet spaarde maar Hem deed sterven, dan is´t mij te Groot hoe ‘s hemels Koning stierf voor mij op aarde mijn zonde boette door zijn bitt´re dood dan zingt Mijn ziel tot U o Heer mijn God hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij dan zingt mijn ziel tot U o Heer mijn God hoe groot zijt Gij hoe groot zijt Gij als Christus komt, met majesteit en luister brengt Hij mij thuis,
Hoe heerlijk zal dat zijn dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen en zingt mijn ziel: o Heer hoe groot Zijt dan zingt mijn ziel tot U o Heer mijn God hoe groot zijt Gij hoe groot zijt Gij dan zingt mijn ziel tot U
O Heer mijn God hoe groot zijt Gij hoe groot zijt Gij zijt Gij hoe groot zijt Gij hoe groot zijt Gij
DUET – DIANNE FRAZER & JILL FELBER – The Prayer”
Preek – “The Journey of the Prodigal Son”
door Robby Schuller
Vanmorgen wil ik het hebben over een heel beroemde gelijkenis. Misschien wel de bekendste ge-lijkenis: Die van de verloren zoon. Het evangelie binnen het evangelie, zegt men wel, zo krachtig is de boodschap bij het verkondigen van Gods liefde aan lijdende mensen. Maar ik wil beginnen met een uitspraak van de heilige Augustinus: ‘Er is geen heilige zonder verleden en geen zondaar zonder toekomst.’ Dat is de strekking van deze gelijkenis en dat was ook de boodschap van Jezus in een tijd van uitgesproken religieuze hiërarchie, een tijd dat het eigen religieuze gevoel werd gereduceerd tot regeltjes, een lijst van dingen die je moest doen. Jezus begint mensen te wijzen op de onjuistheid van bepaalde dingen. Daar wil ik het vandaag over hebben. Lucas 15 schetst een wonderlijke scène: Jezus zit te eten met zondaars. In Jezus’ tijd was dat iets heel belangrijks, met iemand eten. Ik zeg wel ‘s: Jezus’ verkondiging ging via de maaltijd. Als je in die tijd met iemand at, gaf dat aan dat hij je gelijke was. Als je met iemand ging eten, betekende dat: We zijn familie, jij en ik zijn hetzelfde. In die tijd aten de mensen hier en daar in ploegen. Eerst de rijken dan de minder rijken en dan kregen de slaven de kliekjes. Koningen gebruikten hun maaltijd op een verhoging en de rest zat lager. Om aan te geven dat er geen sprake was van gelijkheid. Hij daar is de koning, jij niet. Jezus is intussen al een be-roemde rabbi, een profeet volgens sommigen zelfs de langverwachte Messias. Maar Hij doet iets dat als schokkend, zelfs beledigend wordt ervaren: Hij eet met mensen die uitgestoten zijn. De farizeeën noemden zulke mensen: ‘mensen van het land’. Wie de Tora niet even precies volgde als zij, mocht er niet bij horen. Ze zeiden tot de mensen: Praat niet met ze, sluit geen vriendschap met ze, drijf geen handel met ze, reis niet met ze samen, red ze niet als ze gewond zijn, mijd hen koste wat kost. Maar Jezus, die wordt gezien als de grootste Leraar van allemaal gaat demonstratief eten met een stel armzalige verschoppelingen. Dat is beledigend en shockerend. Maar zo ging Hij vaker te werk. Kent u het verhaal van Zacheüs, dat kleine mannetje? Een wonderlijk verhaal. Jezus loopt in een stoet mensen met allerlei beroemdheden. Stel u voor: Moeder Teresa, Martin Luther King jr en nog meer helden en heiligen. En dan ziet Jezus Ken Lay, die in een boom is geklommen. Hij laat de boel de boel en zegt: Ken, ik kom vanavond bij je eten. Al die helden en supervrome mensen laat Hij staan en Hij kiest de meest gehate en zondige persoon van allemaal en zegt: Ik kom bij je eten, vriend. Ik heb je lief. De mensen weten niet wat ze hóren. Daar is Jezus, die zich inlaat met prostituees, belasting-inners, dieven. En daar zijn de farizeeën, die het gewoon niet snappen. Ze begonnen te morren. Ze haatten Jezus dat Hij dat deed. Het druiste in tegen hun hele leer. En Jezus hoort hun gemor en hun veroordeling van het feit dat Hij eet met zondaren. Jezus zegt niet: Jullie vergissen je, Ik mag dit doen.
Maar Hij begint in alle rust een verhaal te vertellen. Eigenlijk drie verhalen, en het laatste is dat van de verloren zoon. Het eerste verhaal gaat over een herder die een schaap kwijt is. In Jezus’ tijd waren de meeste kudden eigendom van de plaatselijke gemeenschap. De dieren behoorden toe aan het hele dorp. Zij wezen twee of drie herders aan meestal tienerjongens, om op de schapen te letten. En af en toe gebeurde er iets ergs, dan verdween er een schaap. De dag is ten einde, de herder telt ze… 99…
‘Ik mis er een.’ Herders hadden een persoonlijke band met hun schapen zoiets als u heeft met uw hond of kat. Ze kenden ze elk afzonderlijk. Twee of drie herders brachten de kudde terug naar het dorp maar één herder trok erop uit om dat schaap te zoeken. De dorpelingen stonden vaak te wachten
op de terugkomst van zo’n schaap. Ze vroegen zich af: Zou hij het verdwenen schaap vinden? En op een goede dag komt de herder aan, het schaap op zijn schouders. Hij daalt de heuvel af. Het hele dorp begint te juichen na al dat wachten. Wat een vreugde, wat geweldig is dit. Jezus zegt tegen de farizeeën: Gods Koninkrijk is net zo. Als één van mijn schapen is verdwaald, ga Ik het zoeken. Ik zoek de hele dag en stop niet voor Ik het heb gevonden. Op een dag leg Ik dat schaapje over mijn schouders breng het terug naar Gods Koninkrijk en de hele hemel juicht als één man of één vrouw thuiskomt, thuiskomt bij de Heer. Ook bij het tweede verhaal zegt Hij: Zo is ook Gods Koninkrijk. Een vrouw had tien muntjes en raakte er een kwijt. Opvallend dat hij ‘tien’ muntjes zegt. In Jezus’ tijd droegen bepaalde boerenvrouwen een soort van hoofddoek waar tien muntjes in geweven waren.
Het was zoiets als een trouwring, iets bijzonders dat je dagelijks droeg. Het was ook iets waarmee een meisje zich mooi voelde. Veel meisjes hebben dat, ik zie het ook bij mijn eigen dochter. Er zijn dingen waardoor een meisje zich mooi voelt. Dit was iets dat een meisje van haar geliefde kreeg iets heel bijzonders. En één zo’n muntje was weg. Een boerenvrouw, die niet veel had om zich mooi mee te voelen. Ze woonde in een lemen huisje met één klein raampje en stro en hooi op de grond. Er raakt één muntje zoek Ze steekt een olielamp aan en kruipt rond om te zoeken. Want zo’n muntje kwijtraken
is zoiets als je trouwring kwijtraken. Je hebt bijna met haar te doen. Ze is wanhopig op zoek naar dat muntje dat op haar hoofddoek hoort. En als ze het dan vindt, vertelt ze het al haar vriendinnen. Haar hoofdtooi is weer compleet, nu klopt alles weer. En Jezus zegt tot de farizeeën: Zo is ook het konin-krijk van God. En zo is elke mensenziel voor Mij. Het is alsof Ik niet compleet ben zonder jou. Jezus zegt: Elke mens die verdwaald is, die niet thuis is daar zoek Ik wanhopig naar. Ik kan niet slapen tot Ik ze vind. Zo is Gods liefde. En dan volgt het derde verhaal, dat van de verloren zoon. Waarschijnlijk het bekendste van Jezus’ verhalen. Het druist volkomen in tegen hoe de farizeeën, maar ook wij aankijken tegen God en zijn liefde. We zien Hem vaak niet als degene over wie Jezus hier vertelt. Het verhaal gaat zo: Een vader had twee zonen. Als je in Jezus’ tijd twee zonen had erfde de oudste zoon twee-derde van je geld en bezittingen en de jongste éénderde. Soms, als een man zijn krachten voelde afnemen en zich niet meer in staat voelde het huishouden aan te sturen kregen zijn kinderen de erfenis eerder. Hij ging als het ware met pensioen en de rest moest voor alles zorgen, ook voor vader. Zo ging het soms. Maar een zoon zou zijn vader nooit vragen om dat te doen. Dat zou het meest be-ledigende zijn wat je je vader kunt aandoen. Vragen om je erfenis is als tegen je vader zeggen: Was je maar dood, dan kreeg ik je geld. Dat is zo kwetsend dat ouders er niet meer overheen komen. Het leidt tot de gedachte: Ik heb een gemeen ondankbaar kind grootgebracht. Of: Mijn kind geeft meer om geld dan om mij. Als u zelf zonen heeft, kunt u zich dan voorstellen hoe kwetsend dat zou zijn: Was je maar dood, dan kreeg ik je geld. Dat zegt deze zoon tegen zijn vader. Verbazend genoeg, geeft de vader hem het geld. En de zoon smeert hem meteen, hij kijkt zelfs niet om. Hij gaat naar een ver land
en verkwist daar zijn geld. Hij vergokt het en besteedt het aan vrouwen. Hij raakt alles kwijt, en een tijd later vinden we hem terug in een stal, waar hij de varkens voert. Voor een jood is dat ondenkbaar.
Dieper kun je niet zinken. Hij baadt in zijn ellende. Hij drijft letterlijk in de modder van zijn schaamte en spijt. Hij heeft honger en zou het afval willen eten dat hij de varkens voert. Op een gegeven moment
krijgt hij een gedachte: Ik moet naar huis. En hij denkt aan de slaven van zijn vader die worden be-handeld als familie en genoeg te eten hebben. Hij denkt: Ik ga terug naar mijn vader en vraag ik of ik zijn slaaf mag zijn. Ik vraag niet om weer zijn zoon te zijn, maar zijn slaaf. Misschien kan ik me dan weer langzaam omhoog werken in het systeem. Als ik goed genoeg presteer, vragen ze me misschien terug. Als ik alles goed doe, mag ik er misschien weer bijhoren. Je ziet hem voor je, die jongste zoon
uitgehongerd, vel over been, bedekt met modder, stinkend, beschaamd, ellendig. Op zijn tandvlees sleept hij zich over de top van de heuvel. Zijn vader, die zo diep gekwetst was door het gedrag van zijn zoon zit voor zijn huis. Hoe reageert hij? Ziet hij glimlachend toe hoe zijn zoon komt aange-strompeld en zegt hij dan: Ik had het toch gezegd? Zegt hij: Ga jij de varkens maar verzorgen? Wijst hij zijn kind af en gaat hij boos zijn huis binnen? Moet hij overtuigd worden? Nee. Stel u voor, een jongeman die ernstig de fout in is gegaan. Hij staat op een heuvel. Zijn vader zit aan de rand van zijn terrein te wachten en heeft letterlijk iedere dag op de uitkijk gezeten tot hij zijn zoon zou zien ver-schijnen. Met tranen van vreugde in zijn ogen rent hij, alles vergetend zonder enige aarzeling op de jongen af, sluit hem in zijin armen, kust hem. ‘Eindelijk ben je thuis. Je leeft nog en je bent terug.’ De jongen zegt nog iets als: Ik heb zwaar gezondigd. Laat me uw slaaf zijn. En het wonderlijkste van alles: De vader lijkt het niet eens te horen. Hij laat zijn dienaren de mooiste kleren brengen. Dat is een eerbewijs. En hij laat zijn mooiste ring brengen en geeft die zijn zoon: een teken van gezag. En hij zegt: Doe schoenen aan zijn voeten. Een dienaar droeg geen schoenen. Dat mocht alleen de heer en zijn gezin. Het is een teken van vrijheid, een teken dat je erbij hoort. De jongen wil terugkomen en wil het verdienen. Hij wil een goede dienaar zijn en vreselijk zijn best doen, maar zijn vader wil dat niet.
De jongen kan geen slaaf zijn. Hij moet de zoon zijn of anders niets. Hij moet de erfgenaam zijn, de zoon, de uitverkorene, òf helemaal niets. Hij kan geen slaaf zijn. Dat staat de vader niet toe. Want de vader houdt zielsveel van zijn zoon en wacht elke dag op zijn terugkeer. Dat is wonderbaarlijk, want wij zien God niet als iemand die zit te wachten tot we thuiskomen. Wij kunnen ons geen God voor-stellen die zegt: Jij hoort bij Mij. Ik ben je Vader. Ik hou van je en Ik vind je geweldig. Dat beeld hebben we maar zelden van God. Maar dat is het beeld waarvan Jezus u wil doordringen. Niemand kent God zo goed als Jezus. Vóór Jezus heeft nooit iemand Hem persoonlijk ontmoet. En de essentie van de Vader is in Jezus. De vader geeft een geweldig feest. Hij slacht het gemeste kalf, het is een groots gebeuren, met muziek, de beste wijn, het lekkerste eten, de mensen dansen en vieren feest. Dan verschijnt de oudste zoon ten tonele, die altijd alles goed doet. Hij heeft de hele dag hard gewerkt.
Hij zit onder het vuil, is moe, wil een bad nemen en dan slapen. Al op een afstand ziet hij dat het huis verlicht is. Hij hoort de muziek, er is een feest gaande. Hij vraagt een bediende: Wat is er aan de hand? De man zegt: Uw broer, die spoorloos was, is gezond en wel terug. Dat vieren we. De oudste zoon is boos en verontwaardigd en weigert naar binnen te gaan. Hij staat met z’n armen over elkaar,
kokend van woede, gefrustreerd. Zijn vader komt naar buiten. ‘Waarom kom je niet binnen?’En dan zegt de zoon opmerkelijk genoeg niet ‘mijn broer’, maar ‘uw zoon.’ Hij zegt: Uw zoon heeft vreselijk
gezondigd, ik niet. Ik ben u altijd trouw gebleven, ben niet weggelopen, heb niks verkwist. Ergens heeft die oudste zoon wel gelijk. Ik zou me ook zo voelen. Heb je alles goed gedaan, ben je in alle
opzichten verantwoordelijk geweest maar daar heeft je vader geen boodschap aan. Daar gaat het niet om. Hij was dood en nu leeft hij. Hij was spoorloos en nu is hij terecht. Bij die oudste zoon zie je het gif dat wij ook diep in ons hart kunnen hebben: Het idee dat God van ons houdt als we alles goed doen.
Het idee dat als ik goede dingen doe, God me liefheeft en me zal zegenen. Terwijl Jezus juist zegt dat we alleen gered kunnen worden door genade. Het begint met Gods genade en liefde. Als we die voelen vloeien er vanzelf goede dingen voort uit dat wat God in ons leven doet. De oudste zoon be-grijpt dat niet. Maar waarom was die jongste zoon eigenlijk weggegaan? Volgens mij vanwege die oudste zoon. Dat is wat ik denk. De jongste broer zag altijd hoe zijn grote broer zich keurig aan alle regeltjes hield en alles goed deed. En dat maakte van hem een saai, boos, somber, onaangenaam mens. Zo wil ik niet worden, dacht de jongste. Is dat mijn toekomst? Hij dacht: Ik ga hier als een speer
vandaan. Zo zat het, denk ik. De jongste zei: Ik wil niet zo worden als mijn grote broer. Ziet u hoe beide zoons dezelfde fout maakten? Ze denken: Ik ben wat ik doe, wat ik heb of wat mensen over me zeggen. Of ik ben hoe vroom ik leef of hoeveel kennis die ik heb. Maar daar had het niks mee te maken. Ze hadden er altijd bij gehoord. Maar voor beide zoons gold: Ze woonden in een huis, maar ze waren nooit thuis. Ze woonden in een huis, maar waren nooit thuis. Ze vóelden zich niet thuis, het was niet de plek waar ze hun schoenen uit schopten en zich thuis voelden. Altijd dachten ze: Als ik alles goed doe, word ik er niet uitgegooid. Dat was de denkwijze van de farizeeën en dat is soms ook onze denkwijze. We begrijpen niet dat Gods volheid en goedheid en moreel, ethisch leven voortkomen uit
de kennis van Gods genade en liefde. En dat we niet moreel kunnen leven zonder Gods liefde in ons hart. Ik vergelijk het hiermee: Toen ik een tiener was ging ik met de jeugdgroep naar kamp Dry Gulch. Ik was 17. Er was daar een jeugdpastor of zo die de taken uitdeelde. Het was slavenwerk. Slepen met bielzen, rotsblokken verplaatsen. Vreselijk. Maar toen kwamen de meiden erbij, een stel knappe meisjes. Die werden gemengd met de jongens, en de productiviteit verdrievoudigde. Want nu spannen de jongens zich niet in voor de baas maar om indruk te maken op de meisjes. Want ze vinden de meisjes leuk. In zekere zin is Gods Koninkrijk ook zo. Wat is het verschil tussen iets doen uit plichts-gevoel en iets doen uit liefde omdat je het leuk vindt, uit vreugde? En dat is wat God wil: Dat ons hart vol is van liefde voor Hem. Dat we weten dat we zijn liefde nooit kunnen kwijtraken. Die relatie hebben en die zegen toestaan in ons leven dat is waar het om gaat. Als we die liefde hebben, hebben we alles en worden we in ons doen en laten meer en meer als Jezus. Ik sluit af met de volgende gedachte. Stel dat u iets hebt gedaan of dat er iets uit uw verleden speelt dat zo erg is dat u zich God niet liefdevol
naar u kan voorstellen. Stel u dan voor dat wat u ook hebt gedaan, dat God u niet alleen vergeeft maar u ook een mantel om de schouders hangt, als eerbewijs. En Hij doet een ring om uw vinger, een teken van gezag. En schoenen aan uw voeten, als teken van vrijheid. Dat wil Hij voor u. Stel u voor hoe uw leven zou zijn als u die goddelijke gave in u had dat u er vurig naar zou verlangen en er uw levensdoel van zou maken. Onthoud wat Augustinus zei: Er is geen heilige zonder verleden en geen zondaar zonder toekomst. Gelooft u dat, zeg dan amen. Laten we bidden.
Gebed
Heer, we hebben U lief. Velen voelen zich verloren, als een schaap, een muntje, een verloren zoon.
Maar Heer, ik geloof dat U staat te wachten en ons wenkt om naar huis te komen. We komen thuis bij U, U laat ons voelen dat we erbij horen. We hebben U lief. Dit bidden wij in Jezus’ naam. Amen.
Zegen
Dank u voor uw komst. We houden van u. Ontvang nu de zegen. De Here zegene u en behoede u.
De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Here wende u zijn aangezicht toe en geve u vrede. En moge u weten dat Gods liefde voor u oneindig is. en dat Hij op dit moment op u wacht en u vraagt naar huis te komen. In naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
De reis van de verloren zoon
Alle uitzendingen
Televisie
Iedere zondag wordt een nieuwe televisiekerkdienst van Hour of Power opgenomen in Shepherd’s Grove. Bekijk via onderstaande link de uitzendingen van de afgelopen maanden. Via de uitzendingen brengen we de boodschap van Jezus op een laagdrempelige en eigentijdse manier. Met veel aandacht voor muziek en een overdenking die raakt. In de Nederlandse uitzending interviewt presentator Jan van den Bosch elke week een Nederlandse gast over zijn of haar geloof.
Naar de uitzendingen