Home Geef om een ander

Opening

 

Ontdek het gezicht en de stem van positief christendom.

 

Samenzang – Joyful, Joyful

 

Vreugde, vreugde, louter vreugde is bij U van eeuwigheid. Schepper, die ‘t heelal verheugt en bron Van eeuw’ge vreugde zijt. Gij, die woont in licht en luister drijf de schaduwen uiteen hij, die zoekend Doolt in ‘t duister vindt het licht bij U alleen. Amen! Amen! Amen!

 

 

Welkomstwoord

Door Bobby Schuller

 

Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt. Wij zullen ons erover verheugen. Goedemorgen. Hoe gaat het vandaag? -Prima. Mooi zo. Ik hoop dat u een fijne ochtend hebt. Wendt u tot de mensen rond u

groet ze met warmte in naam van God: God houdt van u en ik ook.

 

 

Koor – “The Majesty and Glory of Your Name”

 

Aanschouw ik uw hemel het werk van uw vingers de maan en de sterren die Gij bereid hebt wat is de Mens wat is de mens dat Gij zijner gedenkt? o Heer, onze God de majesteit en glorie van uw Naam

Overtreffen de aarde en vervullen de hemel o Heer, onze Heer kinderen en zuigelingen loven U en zo Doen wij en zo doen wij halleluja halleluja de majesteit en glorie van uw naam halleluja halleluja de Majesteit en glorie van uw naam halleluja halleluja

 

Introductie interview door Bobby Schuller

 

Zo meteen een interview met Brad Formsma oprichter van I Like Giving. Dat is ‘n website en een boek waarin prachtige verhalen zijn verzameld over mensen die hebben gegeven aan hun directe omgeving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Interview – BRAD FORMSMA

BS = Bobby Schuller en BF = Brad Formsma

 

Interview

 

BS       Dag Brad. Je woont sinds kort hier in Orange County. Hiervoor woonde je in Michigan. Je hebt bijzondere dingen gedaan op het gebied van schenken. Je hebt daar een fascinerende kijk op.

Vertel eens wat over jezelf.

 

 

BF       Mijn vader was ondernemer. Hij had een bakkerij. In de bakkerij had hij een aparte plek waar     hij per keer zestien broden bakte. Ik ging vaak met hem mee op zaterdagmorgen. Dan bracht     hij dat brood rond bij mensen die aan huis gekluisterd waren of juist bij invloedrijke mensen.

Geven was zijn leven. Soms gaf hij er ook geld bij. Maar vaak was het gewoon zijn aanwezig-    heid die hij schonk. Dus ik had hem van jongsafaan als voorbeeld wat betreft geven. Het is zo   belangrijk, het besef dat één verhaal de wereld kan beïnvloeden. En als we nadenken over        ons geven, gaat het niet alleen om ons. We weten niet wie er kijkt. Ik zou tegen iedereen      willen zeggen: Als je kinderen en kleinkinderen niet weten aan wie je geeft en waarom probeer            ze dat dan, als je nog kan, uit te leggen. Want daarmee kan je laten zien waar je hart ligt. Mijn    opa liet me eens een lijst zien van goede doelen waar hij aan gaf. Daaruit kan je afleiden waar     iemands hart naar uitgaat. Als je weet aan wie iemand geeft en waarom, dat is erg leerzaam.

En het leidt tot levendige gesprekken. Het raakt elk aspect van ons leven. Ik wilde een nieuw     perspectief, een soort nieuwe vrijgevigheid. Geven begint bij hoe je over anderen denkt en hoe we tot anderen spreken en ons bezit delen. Het doet me denken aan een keer in de kerk.

Ik werd voorgesteld als ‘de gulle gever’. Zo noemt Dave Ramsey me. De predikant zei: De         gulle gever komt wat zeggen. Ik zag een man, een beetje naar achteren. Hij kwam me bekend       voor. Ik begon te praten over geven vanuit een nieuw perspectief. Twee dagen later stuurde      hij me een verhaal over Holiday Inn. Hij stond daar een keer in de lobby. Er was een moeder          met drie kinderen. De kinderen gedroegen zich keurig maar de moeder was erg gestrest. De     man vroeg de receptioniste wat er aan de hand was. Ze zei: Er waren nare toestanden thuis.

Ze weten niet waar ze heen moeten. Ik weet ook niet wat ik met ze moet. Hij zei: Mag ik dat       regelen? Hij betaalde een kamer voor ze en gaf ze extra geld. Tegen niemand zeggen, zei hij,

ik verdwijn stilletjes in het niets. De volgende morgen lag er een briefje voor hem bij de receptie: ‘U wilt graag anoniem blijven maar voordat dit gebeurde, bad ik: God, als U echt         bestaat, laat dat dan nu zien.’ Een bijzonder Holiday Inn verhaal. Deze man zei later tegen zijn   predikant: Ik geef al jaren niet meer aan jullie, omdat jullie nieuwbouw me niet zinde. Maar ik            ga weer geven. Ik popel om dat heerlijke gevoel weer te voelen. Ik denk dat er veel mensen     zijn die dat deel hebben afgesloten. Ik wil zeggen: Niet doen, er is een nieuwe dag, een nieuwe visie. Hij bedankte mij omdat ik hem weer de ogen had geopend. We hebben allemaal           iets te geven. Dat is zo’n belangrijk gegeven. Al die dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse            kansen om te geven veranderen je leven. Je krijgt er een goed humeur van, het haalt je uit      een depressie, zorgt dat je langer leeft, met minder medicijnen. Wat willen we nog meer?

BS       Geweldig. Dank je, Brad. Ik verheug me op je boek. Je website is ilikegiving.com. Daar  kun-     nen ze ook hun verhalen kwijt.

BF       Bedankt dat ik mocht komen. Geven ligt in Gods aard dus zit het ook in ons allemaal. God wil    ook dat we schulden, stress en angst achter ons laten. Zo is zijn aard. Dank je dat ik hier          mocht zijn.

 

Video – I like Bike

 

Mijn man las in de zondagskrant een artikel over een gezin van vluchtelingen van wie de fietsen waren gestolen. Die waren hun enige vervoermiddel. Moet je dit eens lezen, zei hij. De kinderen kwamen erbij. Brad legde uit wat vluchtelingen waren. En toen vroeg hij: Wat kunnen we hier aan doen? Mijn zoon van negen zegt: We moeten zorgen dat ze nieuwe fietsen krijgen. Juist! riep Brad. We gaan fietsen voor ze regelen. Lieve help, dacht ik zo meteen komen wij daar aan met een stel fietsen.

Waarschijnlijk hebben ze er intussen al vijf of zes. De jongens zullen teleurgesteld zijn. En de hele zondag gaat op aan deze actie, en gaat ons dagje met het gezin niet door. We stapten in de auto,

helemaal opgewonden en reden naar de winkel om fietsen te kopen. De jongens wilden een bepaalde kleur. We wisten dat er een jongen in het gezin was. Mijn zoons wilden zijn fiets uitzoeken. We  laad-den de fietsen in de auto maar realiseerden ons dat we niet wisten waar we heen moesten. Mijn man belde met de kerk waar het gezin bij aangesloten was. Ze mochten het adres niet geven maar mijn man hield vol. Hij zei: Volgens mij is het in dit deel van de stad, klopt dat? En de stem aan de lijn zei:

Ja, het is in die buurt. Ik dacht de hele tijd: Ik weet zeker dat die mensen alweer fietsen hebben. Er stond een rij duplexwoningen. We moesten uitzoeken waar ze woonden. Op de foto in de krant was een brandslang te zien. Daar is het! riep een van de jongens. Maar er was niemand thuis. We  be-sloten te wachten. Er ging een halfuur voorbij, twee uur, drie uur…Voor mij hoefde het niet meer. We hadden lang genoeg gewacht. Mijn man zei: We rijden nog één keer door de buurt daarna gaan we naar huis. Ineens één en al opwinding: Ze zijn thuis. Het ventje zei tegen zijn vader: Deze fietsen zijn voor ons. Het enige wat de vader kon uitbrengen was: ‘Fiets mooi. Fiets mooi.’ Met een brede glimlach op zijn gezicht zei hij dat: Fiets mooi. Ik vroeg de jongen of hij al een fiets had. Nee mevrouw, zei hij.

Voor mij was dat een keerpunt. Ik denk wel eens: de nood is zo dichtbij dat je het niet ziet. Ik voelde zo een blijdschap toen we wegreden en de jongens zeiden: ‘Wat was dat cool! Zag je hun gezicht?’

Dat betekende heel veel voor me.

 

Solo – Steve Amerson – “Shepherd’s Song”

 

Hij laat mij rusten in groene weiden en leidt mij langs veilige paden en voert mij naar vredig water de Bron van zijn zegeningen droogt nimmer uit zijn hand biedt meer dan ik me wensen kan de kracht van Zijn heilige naam verkwikt mijn ziel de Heer is mijn herder Hij leidt mij met zachtheid ik ben een Beminde in zijn ogen zeker zullen zijn goedheid en zijn genade mij volgen, alle dagen van mijn leven

Al gaat mijn weg door een donker dal ik vrees geen gevaar de duisternis van het kwaad zal ik niet Vrezen zijn stok en zijn staf zullen mij vertroosten U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand

Ik hoef geen gevaar te duchten als Hij maar bij me is de Heer is mijn herder Hij leidt mij met zachtheid

Ik ben een beminde in zijn ogen zeker zullen zijn goedheid en zijn genade mij volgen, al de dagen van Mijn leven de Heer is met mij mijn hoofd wordt gezalfd en mijn beker vloeit over de Heer is mijn herder

Hij leidt mij met zachtheid ik ben een beminde in zijn ogen zeker zullen zijn goedheid en zijn genade

Mij volgen, al de dagen mij volgen, al de dagen mij volgen, al de dagen van mijn leven

 

Koor – “Come Thou Fount of Ev’ry Blessing”

 

O, hoe groot is de genade die mij daag’lijks leidt naar U laat uw goedheid als een keten mijn dwalend Hart binden aan U geneigd tot dwalen, Heer, ik voel het God te verlaten, van wie ik houd hier is mijn Hart, verzegel en neem het voor uw woning daar omhoog voor uw woning daar omhoog

 

Preek – “Geef om een ander (The Good Samaritan)”

door  Chad Blake

Vandaag een passage die de meesten van u waarschijnlijk al vele malen hebben gehoord. Ook veel mensen die niet godsdienstig zijn opgevoed, kennen het verhaal. De tekst staat in Lucas 10 en begint bij vers 25: Er kwam een wetgeleerde die Hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: Meester, wat moet ik doen om deel te hebben aan het eeuwige leven? Jezus antwoordde: Wat staat er in de wet  ge-schreven? Wat leest u daar? Hij antwoordde: Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand en uw naaste als uzelf. Er gebeurt veel in deze eerste paar verzen. Allereerst de term ‘wetgeleerde’. We moeten bedenken dat Jezus een jood was.

Jezus was een jood die sprak tot andere joden in een joodse context. Vaak denken we onwillekeurig dat Jezus een 21e-eeuwse Amerikaan was. We moeten even stilstaan bij wat Jezus hier doet. Er is dus een wetgeleerde, een kenner van de wet. Hij is een Tora-kenner, hij heeft de eerste vijf  Bijbel-boeken bestudeerd. Hij kent alle 613 geboden uit het Oude Testament. Het is iemand die de Bijbel

van binnen en van buiten kent. En hij wilde Jezus op de proef stellen. Dat was waarschijnlijk minder vijandig dan het klinkt. Het was iets heel gebruikelijks in de joodse cultuur om rabbi’s allerlei vragen

voor te leggen. Hij vraagt: Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? Zo een vraag zouden we vandaag de dag niet stellen. Hij vraagt niet: Wat moet ik doen om in de hemel te komen? Dat behoort niet tot zijn culturele context. Voor een jood uit de eerste eeuw waren er twee tijdperken: De huidige tijd, en de tijd die zou komen. Die tijd zou de Messias inluiden en al Gods beloften zouden vervuld worden. Daar heeft de man het over: Wat moet ik doen om deel te hebben

aan dat komende tijdperk? Geheel in stijl, geeft Jezus geen antwoord maar stelt zelf een vraag. Hij zegt: U bent wetgeleerde. Wat staat er in de wet? Hoe interpreteert u wat u daar leest? Hij zei: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand.’ Dat is de ‘Shema’ de kern van het joodse religieuze denken. Dit komt zo uit Deuteronomium 6 en werd dagelijks gebeden. Het stond op een band die ze om hun arm droegen. Ook vandaag zie je in Jeruzalem mensen daarmee lopen. Het is het belangrijkste gebod. En dan voegt hij eraan toe: ‘En heb uw naaste lief als uzelf.’ We raken nu aan een groot geschilpunt in Jezus’ dagen. Luistert u goed wat ik zeg. Er waren twee rabbi’s die een generatie vóór Jezus leefden:Rabbi Hillel en rabbi Shammai.

Ze dachten verschillend over een aantal dingen. Zij waren de bekendste rabbi’s van die tijd. In Jezus’ dagen wist iedereen wie die twee rabbi’s waren hoe ze denken en uit welke traditie ze komen. Eén van de dingen waarover ze vooral van mening verschilden was welk gebod ze bovenaan stelden. Ze rangschikten die 613 geboden van het Oude Testament zoals wij een ranglijst van sportteams

opstellen. Dit is het beste, dan dit, enzovoort. Iedereen was het er over eens welke op nummer 1 kwam: Heb God, lief met heel uw hart en ziel en heel uw kracht en heel uw verstand. Maar ze waren het oneens over het tweede gebod. Volgens rabbi Hillel was het: Heb uw naaste lief zoals uzelf. Rabbi Shammai zei: Wees heilig zoals uw God heilig is. Dus deze wetgeleerde geeft hiermee aan waar hij staat. Kijk, ik hoor bij rabbi Hillel. Dit is de leer die ik volg. En Jezus zegt: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven. Jezus zegt dus: Dat is de juiste volgorde: Eerst God, dan je naaste. Maar de wetgeleerde had nog een vraag. Hij wilde zijn gelijk halen. Hij vroeg: En wie is mijn naaste? Dit gaat dieper dit is een sub-debat binnen het debat. Cultureel gezien speelt hier heel veel. ‘Wie is mijn naaste?’ Als je zegt ‘heb je naaste lief’ moet je ook weten wie die naaste is. En dat vonden ze in Leviticus. Dus slaat u Leviticus maar op. Dat had u niet gedacht toen u vanmorgen wakker werd. Kunt u het vinden? Anders zetten we het op het scherm. Hoofdstuk 19 vers 18: ‘Neem geen wraak en blijf geen wrok koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.’ Dus wie zien ze als hun naaste?

Dat is iemand van hun eigen volk. Hun naaste is een mede-jood. Maar het gaat nog verder. Som-migen zeiden: Alleen wie naar de synagoge gaat en wie zuiver is, kan mijn naaste zijn. Een prostituee of belastinginner kan wel joods zijn maar is niet mijn naaste. Dus zegt de wetgeleerde: Tot op welke hoogte moet ik liefhebben? Hoe ver kan ik daar in gaan? Ik wil de grenzen onderzoeken, ik wil niet te veel liefhebben. Ik wil niet te veel moeite doen om m’n naaste lief te hebben. Dus wie is mijn naaste, Jezus? Opnieuw antwoordt Jezus niet rechtstreeks, maar vertelt een verhaal. Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers die hem zijn kleren  uit-trokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Een man die van Jeruzalem naar Jericho reisde. Een dalende weg. Jeruzalem ligt zo een 800 meter boven zeeniveau. Daarom las je vroeger wel dat mensen ‘opgaan naar Jeruzalem’, uit welke richting ze ook komen. Jericho ligt zo een 250 meter beneden zeeniveau. Je daalt dus honderden meters over een afstand van ruim 20  kilo-meter en de tocht gaat door gevaarlijk gebied. Bochtige wegen die de heuvels en bergen doorsnijden.

Die route nam niemand graag alleen. Deze weg stond dan ook bekend als ‘de bloedige weg’, ‘de rode weg’. Tot heel kort geleden gebeurde het heel vaak dat dieven en rovers zich verscholen in de grotten langs de weg tevoorschijn sprongen en je beroofden en mishandelden. De meest gangbare criteria

om iemands etniciteit vast te stellen waren de kleding en het accent. Deze man ligt, van zijn kleren ontdaan, aan de kant van de weg. Hij kan niets zeggen. Dus voorbijgangers weten niet of hij een jood is of een buitenlander. Ze weten alleen dat hij een mens is die halfdood langs de kant van de weg

ligt. Dan verschijnt er iemand: ‘Toevallig kwam er een priester langs maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen.’ Vaak hoor je dat de priester zo in beslag werd genomen

door zijn religieuze gedachten en plichten dat hij zo’n haast had, dat hij doorliep. Maar er is meer aan de hand. Een priester moest rein blijven. In Leviticus lezen we dat een priester geen dode mag  aan-raken, want dan wordt hij onrein. En als een priester onrein was, mocht hij zijn tempeldiensten niet vervullen. Maar, zeggen sommigen, hij kwam uit Jeruzalem, hij heeft zijn dienst zit erop. Maar het gaat nog verder. In Leviticus lezen we ook dat een onreine priester niet mag deelnemen aan het offeren.

En waar leefden die priesters van? Ze leefden van de offergaven van het volk. De priesters en  Levieten kregen een deel van de offergaven. Die mochten namelijk geen grond bezitten. Dus die priester die passeert heeft zowel theologische als praktische redenen. Misschien heeft hij het eten en het gelddat hij heeft gekregen bij zich en is hij op weg naar zijn gezin. Als ik die dode aanraak, word ik onrein en dan kan ik dit niet aan mijn gezin geven. Want als hij onrein zou worden, zou hij terug moeten naar de tempel, een ritueel bad moeten nemen en zou hij een week lang openbaar worden bespot. Pas daarna zou hij weer rein zijn. Maar Jezus vindt dat onvoldoende reden. Hij zegt: een mensenleven is méér waard. En dan passeert er een Leviet: ‘Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.’ De priesters in Jeruzalem zijn

van de stam van Levi en nakomeling van Aäron. Levieten zijn alle leden van de stam Levi die niet van Aäron afstammen. Zij waren tempeldienaren, de religieuze assistenten de ouderlingen en diakenen. Belangrijke mensen die dienden in de tempel. Ook zij mochten niet onrein worden. Dus ook hij loopt met een boog om de man heen. Er zijn drie groepen mensen die taken en rituelen verrichten in de tempel: De priesters, de Levieten en de gewone Israëlieten. Dus iedereen die het verhaal hoort, zegt:

Ik weet wat er nu komt. Nu verschijn ik ten tonele en ik ben de held. Mijn volk is de held. Vers 33: ‘Een Samaritaan echter die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen.’ Hij had medelijden. Het Grieks zegt hier eigenlijk: Hij was in het diepst van zijn wezen geraakt. Dit is waarschijnlijk een element in het verhaal dat de meesten van ons ontgaat. De toehoorders moeten onthutst zijn  geweest

toen Hij ‘Samaritaan’ zei. ‘ Samaritaan’ was zoveel als een vies woord. Samaritanen werden gehaat.

Samaritanen werden gezien als bastaards. Een erger scheldwoord was er niet. In het boek Johannes wordt Jezus zo genoemd. Een vreselijke belediging. Vanwaar die haat van de joden jegens de Samaritanen? Toen het volk Israël uiteenviel in twee koninkrijken ging het noordelijke rijk in  balling-schap in Assyrië en vermengde zich met de Assyriërs. Ze vermengden zich met allerlei heidense volkeren. Het zuidelijke rijk moest iets later in ballingschap, in Babylonië. Als ze terugkeren, zien ze

wat de noordelijken hebben gedaan. Ze willen niks met hen te maken hebben want zij hebben Gods uitverkoren volk te schande gemaakt. De Samaritanen hebben hun eigen tempel, hun eigen Tora en hun eigen interpretatie van de Wet. Joden haatten Samaritanen. Sommige wetenschappers geven deze hedendaagse equivalent. Het is schokkend, maar ze vergelijken het met: ‘En toen kwam er een terrorist langs en kreeg medelijden.’ Volgens sommigen gaat zelfs dat niet ver genoeg. De joden haatten de Samaritanen intens. Ze hadden nooit gedacht dat een Samaritaan de held van het verhaal zou zijn. ‘Hij ging naar de gewonde toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze.’ Olie en wijn werden in de tempel gebruikt. Priesters en Levieten hadden dit moeten doen. ‘Hij zette hem op zijn eigen rijdier.’ Hij zet de gewonde man op zijn rijdier. De Samaritaan zelf loopt er nu naast. De  Sama-ritaan maakt zich tot dienaar en zet de halfdode man op de ereplaats. ‘Hij bracht hem naar een herberg, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei:

‘Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken…zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.’ Hij neemt daarmee een risico. Niet alleen financieel. Hij is een Samaritaan in een joodse stad. Als hij de stad binnenkomt met iemand die halfdood is geslagen kunnen de mensen hem nawijzen en zeggen: Dat heeft hij zelf gedaan. Dat risico neemt hij. Hij blijft bij hem. Hij geeft twee denarie. Dat zegt ons weinig. Maar dat is goed voor een verblijf van drie tot vier weken in die herberg. Dat is niet niks. Dat is het loon van twee volle dagen werk. En alles wat het meer kost, betaal ik. Dat regel ik als ik terug ben.

Wat een ongelofelijk verhaal. En Jezus zegt tot de wetgeleerde: Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers? Kijk wat Jezus doet. De vraag was: Wie is mijn naaste? De man wil een simpel antwoord. Jezus vertelt een verhaal en zegt: Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die

medelijden met hem heeft getoond.’ Hij kan het woord ‘Samaritaan’ niet eens uitspreken. Hij kan het zijn mond niet uit krijgen. ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ En Jezus zei tegen hem:

Doet u dan voortaan net zo. Doet u dan voortaan net zo. In hoeverre heeft dit betrekking op ons?

Waar gaat dit verhaal over? Wie is uw naaste? Dat zijn niet alleen de mensen die nu naast u zitten.

Niet alleen de mensen die bij u in de straat of het gebouw wonen. Hoewel die het óók zijn. Je naaste, volgens Jezus, is iedereen die je tegenkomt. Iedereen die in een straal van 5 meter rondom je komt.

Altijd. We ontmoeten onze naasten constant. We moeten er alleen onze ogen voor openen. Het prachtige van discipel zijn is dat we door de Heilige Geest de kans krijgen om Jezus tastbaar te maken. Dat klinkt raar, maar ik zeg het toch: We kunnen Jezus tastbaar maken. Wij zijn het lichaam van Christus. Wij zijn de handen en voeten van Jezus op deze wereld. Hij stuurt ons die 5 meter rond-om ons in. Een misvatting die ik vaak beluister is dat de dominee en andere mensen van de kerk de geloofsarbeid verrichten. Niks daarvan. Dat doen wij allemaal. Predikanten staan niet in de frontlinie

bij geloofsarbeid. Ik zeg het nog eens: Predikanten staan niet in de frontlinie bij geloofsarbeid.

Predikanten staan in de achterhoede en steunen de mensen in de frontlinie. De frontlinie van het geloofswerk is in de spreekkamer van de dokter. Die is in uw tuin, als de tuinman of de vuilnisman binnenkomt. In de drive-thru  van het fastfood-restaurant. Die doet zich voor als u vastzit in de file.

De frontlinie van geloofswerk bevindt zich overal. We worden geroepen te handelen in de 5 meter rondom ons. Eén van de doelen, de waarden die wij hier nastreven is: Als we blijde, gezonde  leer-lingen van Jezus worden als we ons discipel-zijn serieus nemen om ons heen kijken en zien wie onze naaste is dan worden we mensen die, als ze weg zijn de ruimte rondom ons blijvend veranderd hebben. Die 5 meter moet ook anders zijn als wij er zijn. Dat is waar we naar streven als gemeente.

Hoe krijgen we dat voor elkaar? Door harder ons best te doen? Bobby heeft het zo vaak gezegd: Het is geen kwestie van beter je best doen. Een betere naaste word je niet door harder je best te doen.

We moeten ons trainen. We moeten ons hart trainen. Liefde uit het hart komt via de handen naar buiten. Echte liefde wordt een handeling. We moeten gewoon tot God bidden: Heer, wie is mijn naaste? Open mijn ogen voor de ruimte rondom mij. Vanmorgen was ik aan het bidden. Ik zei: Help me te zien wie mijn naaste is. Help me de mensen in mijn buurt te zien. Ook mijn vijanden. En binnen de kortste keren zag ik het allemaal. Ik begreep: zij zijn mijn naasten. Hoe betoon ik hen liefde? Hoe reageer ik op hen? Wat doe ik om net zo te worden als die Samaritaan? Hoe ver ga ik om een gevend iemand te worden? Wat doe ik voor goeds in de 5 meter rondom mij? Want het gaat niet alleen om mensen die je aardig vindt. Want dat is niet zo moeilijk, meestal. Maar hoe zie je alle mensen als je naaste? Hoe neem je Jezus’ oproep serieus? Ik geloof dat het allemaal begint met bidden. Vraag God om je te laten zien welke mensen je niet als je naaste ziet welke mensen je ziet als vijand. En als u niets te binnen schiet, vraag het dan aan uw echtgenoot of echtgenote. Die weet het vast wel. Bidt u met mij?

 

Gebed

 

Heer, dank U dat U ons oproept uw discipelen te zijn en ons te ontwikkelen tot blijde leerlingen van wie U bent. Wij bidden voor deze gemeente hier in Garden Grove of waar ook ter wereld: Laat ons telkens weer het soort mensen zijn die de ruimte om ons heen veranderen door onze aanwezigheid.

Door de kracht van uw Heilige Geest in ons. Als we gewoon beter ons best doen, zullen we falen.

Daarom vragen we uw hulp. Verlicht onze blik. Open onze ogen voor de wereld om ons heen. We hebben u lief. In Jezus’ naam, amen.

 

Zegen

 

Vraag God de komende week om te laten zien wanneer u mensen kunt helpen, voor wie u kunt bidden. Fijn dat u vandaag hebt gekeken. We hopen dat u verfrist, vernieuwd en verkwikt bent door dit programma.

 

De Here zegene u en behoede u. De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

De Here wende u zijn aangezicht toe en Hij geve u vrede. In de naam van de Vader, de Zoon

en de Heilige Geest. Amen.

 

Geef om een ander

18 januari 2015 Duur: 60 min.

Aanmelden nieuwsbrief

Alle uitzendingen

Televisie

Iedere zondag wordt een nieuwe televisiekerkdienst van Hour of Power opgenomen in Shepherd’s Grove. Bekijk via onderstaande link de uitzendingen van de afgelopen maanden. Via de uitzendingen brengen we de boodschap van Jezus op een laagdrempelige en eigentijdse manier. Met veel aandacht voor muziek en een overdenking die raakt. In de Nederlandse uitzending interviewt presentator Jan van den Bosch elke week een Nederlandse gast over zijn of haar geloof.

Naar de uitzendingen

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan