Sem Jongsma: ‘Ik worstel nog steeds met God’
Sem Jongsma groeide op tussen vrouwen die voor het raam stonden en de jongens die op straat hun slag sloegen. Er was God noch gebod. Eerst in Eindhoven, later in Amsterdam, pendelend tussen zijn moeder en vader, in buurten waar het leven zich op straat afspeelde. Op zoek naar zijn identiteit gaat hij kickboksen.
‘Als klein kind dacht ik dat mijn buurvrouw gewoon veel vrienden had. Ze zat altijd in haar bikini op een tafel. Ik dacht dat ze wachtte op het zwembad.’ Hij lacht om zijn onschuld toen, onwetend dat ze aan het werk was. ‘Ze was altijd heel aardig tegen mij.’ Deze omgeving beïnvloedde zijn kijk op de wereld. ‘Ik had geen besef van God. Iedereen om mij heen had een soortgelijke situatie. Later pas, toen ik de andere kant van de wereld zag, ging ik begrijpen dat er meer was.’
De mocro maffia was overal!
Straatcultuur
Zijn verhuizing naar Amsterdam West bracht hem in aanraking met de ruigere straatcultuur. ‘Ik verruilde de ene straatcultuur voor de andere. Ik ben wel een echte Amsterdammer. Daar heb ik mijn opvoeding en ontwikkeling gehad. De mocro maffia was overal, maar ik hoorde er niet bij. Ik stond liever aan de zijlijn. Achteraf gezien voelde ik altijd een diepere drive om dat niet te doen.’ Deze drive leidde hem uiteindelijk naar het kickboksen, een sport die een uitlaatklep werd voor zijn innerlijke onrust en hem weghield van het criminele pad.
Hoe kon hij dat zeggen na alles wat hij had meegemaakt?
Bijzondere ontmoeting
Toch vond de grote wending in zijn leven niet in Nederland plaats, maar in Kenia. Een onverwachte ontmoeting met de directrice van een stichting veranderde alles. ‘Ik bracht jongeren weg voor een intakegesprek, en voor ik het wist, vroeg ze of ik niet zelf mee wilde’, zegt Sem. In Kenia werd hij begeleider van jongeren die hij eigenlijk alleen maar had willen ondersteunen. ‘Daar gebeurde zoveel. Het lijden dat ik zag, zette mijn leven in perspectief.’ Een cruciale ontmoeting was die met Erik, een Keniaanse jongen. ‘Erik was zacht en nederig, terwijl ik verhard was door mijn eigen ervaringen. Zijn verhaal, het verlies van zijn vader en de strijd die hij had doorgemaakt, raakte me diep. Hij eindigde zijn verhaal met “God is goed”. Dat kon ik niet plaatsen. Hoe kon hij dat zeggen na alles wat hij had meegemaakt? Het geloof dat God goed zou zijn, kon ik niet rijmen met het lijden dat ik om me heen zag, zowel in Nederland als daar in Kenia. Maar die ontmoeting opende mijn ogen voor iets groters.’
Ik hoorde een stem
Eenmaal terug in Nederland begon zijn zoektocht naar God. ‘Iedereen kwam met zijn geloof: moslims, Surinamers, Antillianen. Ze zeiden dat ik naar hun God moest luisteren, maar het overtuigde me niet. Ik las de Bijbel en de Koran, maar vond het saai, totdat ik een persoonlijke roeping ervoer. De woorden van Mattheüs over het smalle pad dat tot het leven leidt, sprongen van het papier af, en ik hoorde een stem die zei: “Ik wil dat je Mij volgt. Ik ben dat smalle pad.”‘ Vandaag de dag gaat Sem zelfs voor in de kerk. ‘Niet mijn eigen keuze. Ik heb vaak gezegd dat ik alles voor God wil doen, behalve predikant zijn. Maar hier zit ik dan. Ik worstel nog steeds, maar inmiddels doe ik dat met God. Die worsteling brengt zegen, net zoals Jacob die met God vocht en gezegend werd. Worstelen zonder God is uitputtend en eenzaam.’
MOVE
Met MOVE probeert Sem anderen te bereiken die misschien door eenzelfde innerlijke strijd gaan. ‘MOVE is voor mij een roeping. Het gaat erom mensen in beweging te brengen, niet alleen fysiek, maar ook emotioneel en geestelijk. Ik wil degene zijn die ik vroeger voor mezelf had gewenst. Mijn droom is om ooit een groot opleidingsinstituut in Kenia te bouwen. We hebben nu drie hectare grond en werken eraan.’ Zijn boodschap aan jongeren is helder: ‘Durf te dromen. Kijk jezelf aan in de spiegel, zie je waarde, maar wees ook eerlijk over de keuzes die je moet maken. Vaak zijn er barrières die je zelf hebt opgeworpen. Als God in je leven komt, verandert alles.’