Home Kijk & lees Petra Ferwerda: ‘Ik had niet door wat er in hem omging…’

Petra Ferwerda: ‘Ik had niet door wat er in hem omging…’

'Dat zal ik jullie nooit aandoen', waren woorden die Petra's man tegen haar had gezegd. Woorden die een houvast voor haar waren. Maar dan krijgt ze toch dat gevreesde telefoontje. Petra Ferwerda blijft achter met haar dochter die dan nog baby is. Petra vertelt aan Jan van den Bosch hoe het proces daarna ging.

Petra Ferwerda: ‘Mijn man Peter was mijn jeugdliefde. We kenden elkaar al heel lang, al vanaf de middelbare school. We zijn samen opgegroeid en alle twijfels die je kunt hebben als tiener deelden we met elkaar, we deelden ons hart. Na ons eindexamen vroegen we ons af: wat gaan we nu doen, gaan we die band nu stoppen? Toen hadden we allebei de overtuiging: nee dit is te mooi en daarom gaan we samen door. We zijn getrouwd en alles was vanzelfsprekend omdat we elkaar erg goed kenden. Peter was echt mijn soulmate.’

Wanneer merkte je voor het eerst dat het toch niet goed zat?

Petra: ‘Dat was eigenlijk omdat hij het mezelf vertelde, ik had het niet echt door. Ons eerste kind was op komst, en voor de bevalling hadden we een ander huis gezien waarvan we allebei vonden dat het ideaal was om met ons kindje te gaan wonen. We zijn dus vlak voor de bevalling verhuisd en het werd een drukke en hektische tijd.
Peter kluste ook graag en hij wilde de babykamer mooi inrichten en zei dat hij er echt een heel mooi huis van wilde maken. Heel veel veranderingen, de baby werd geboren, een ander huis, andere omgeving, het klussen was nog niet klaar en we hadden allebei ons werk. Het was echt een hektische tijd. 

Op een gegeven moment zei hij: ‘Heb jij dat wel eens dat je je zo rot voelt terwijl je weet dat je alles hebt, maar je kunt het gewoon niet pakken?’
Ik zei dat ik dat gevoel niet kende en dat ik het ook niet begreep, maar ik vroeg hem om het gevoel uit te leggen. Toen zei hij dat hij zich anders voelde, en niet zichzelf was.
Ik maakte me niet bezorgd maar dacht, we zitten in een hele drukke tijd, logisch je hebt te hard gewerkt. Ik stelde hem gerust en zei dat het wel goed zou komen met de verbouwing. Maar dit was toch wel het eerste signaal dat hijzelf aan me gaf. Ik was wel een luisterend oor voor hem maar had niet door wat er in hem omging.

Een paar weken later zei hij dat hij zich zo rot voelde dat hij er niet meer wilde zijn. Hij zag dat ik schrok van zijn opmerking en zei toen: ‘Maak je geen zorgen, ik ga jou en onze dochter nooit in de steek laten.’ Hij probeerde me gerust te stellen, maar de schrik zat er wel goed in, want als je dat zegt, is die gedachte van zelfdoding wel door je heengegaan. 

Je was op je werk en je belde naar huis..

Petra: ‘Ja we belden vaak om te weten hoe het ging. Toen ik die dag belde kreeg ik een vreemde stem aan de lijn, het bleek een agent te zijn. Hij wilde eerst niet vertellen wat er aan de hand was en voor mij leek het of dit moment uren heeft geduurd. Even later kwam mijn vader aan de lijn en die vertelde dat Peter een einde aan z’n leven had gemaakt. Voor mijn vader was dit een traumatische ervaring om dit aan zijn dochter te moeten vertellen. Ik ben naar huis gegaan en wilde Peter nog graag zien, maar ik kreeg geen toestemming van de politie. Achteraf ben ik daar blij om. 

Jullie zijn beiden gelovig, hoe kan het nu dat iemand die in God gelooft het leven niet meer aankan en er op een ongelooflijke manier een einde aan maakt?

Petra: ‘Ik weet het niet, ik denk dat sommigen van ons, door perfectionisme, de lat voor zichzelf zo hoog leggen, veel hoger dan God ooit van ons vraagt, dat het gewoon onmogelijk is om daaraan te voldoen. En daarmee maak je het gewoon te zwaar voor jezelf.
De weken na het gebeuren waren enorm heftig. Ik had het gevoel dat er een enorme afgrond open was gegaan en dat ik daarin werd weggezogen. Peter was weg. Ik hield onze dochter in m’n armen maar voelde me geamputeerd. Onze beide families zijn diep geraakt door het gebeuren.
Maar ik wil wel zeggen dat het mogelijk is om na zo’n tragedie in je leven, toch weer verder te gaan en de draad van het leven weer op te pakken.’

Wat heeft jou getroost in die periode?

Petra: ‘Ik weet nog dat er een vrouw naar me toekwam en zei dat ze me iets wilde vertellen uit de Bijbel. Ze was wat voorzichtig en zei dat het niet voor nu was maar voor later, maar ze wilde me de tekst toch graag meegeven. Ze zei dat de tekst: ‘God is het Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden’ (2 Korinthe 1:4).

Ik besefte dat ik op dat moment inderdaad niks met die tekst kom, maar wist ook dat die tekst klopte en dat ik hem moest vasthouden. En dat heb ik gedaan. En ik vind het heel bijzonder dat ik nu kan zeggen, een kwart eeuw later, dat die woorden die ze me uit de Bijbel gaf, werkelijkheid zijn geworden en dat dit precies is wat ik nu in de praktijk doe: mensen helpen door rouw en verdriet heen.

Is dat moeilijk?

Petra: ‘Ja, in het begin vroeg ik de Heer vaak: is dit wel wat U van mij vraagt, haal ik niet teveel mijn eigen wonden open? Maar God bevestigde iedere keer: ‘Doe dit’. En Hij was er iedere keer voor me om me te steunen. Het klinkt misschien raar, maar ik ben heel dankbaar dat ik nu mensen kan helpen en ze nieuw perspectief te geven.’

Wat zeg je als eerste tegen ouders die zoiets hebben meegemaakt?

Petra: ‘Huil maar, huil maar… Buitenstaanders willen graag problemen oplossen en komen met opmerkingen als: ‘het is beter zo’ of ‘je hebt nog anderen kinderen’… maar soms is het beter om gewoon te zeggen dat het niet op te lossen is en dat je mag huilen. Er moet gerouwd worden voordat je verder kunt.
Voor de mensen om je heen is het ook moeilijk, de meesten weten niet wat ze moeten zeggen, zeker als het om zelfdoding gaat. Daardoor komen de slachtoffers vaak nog meer in een isolement, ze hebben het gevoel dat zij de enige zijn die zoiets meemaken. Ze worden eenzaam. Dat vind ik zo hartverscheurend, want er zijn zoveel mensen die dit meemaken. Het is heel belangrijk dat mensen toch de verbinding zoeken en elkaar de hand reiken.’

Hoe kijk jij als christen tegen zelfdoding aan?

Petra: ‘Ik geloof dat de Here Jezus onze zonden wegneemt. Op het laatste moment heeft Hij aan het kruis een moordenaar de zonden vergeven. Daarom geloof ik dat dit offer groot genoeg is voor gelovigen die een eind aan hun leven hebben gemaakt, en dat geldt ook voor mijn Peter. Hij kon het hier op aarde niet meer aan, ik ga hem niet oordelen. Hij is in goede handen bij de Vader. Ik heb mijn best gedaan om hem in leven te houden, en ik geloof dat op het moment dat ik het niet meer kon, de Here God aan de andere kant op hem stond te wachten en hem uit mijn armen heeft overgenomen. Dat is voor mij een troostende gedachte…

 

Boek: Dat zal ik jullie nooit aandoen

Over de auteur
Petra Ferwerda begeleidt in haar praktijk Innerlijk Sterk mensen die na een persoonlijk verlies op zoek zijn naar nieuw perspectief voor hun leven. Ze hoopt met dit boek het taboe op zelfdoding te doorbreken en vooroordelen te verminderen.
Meer informatie is te vinden op haar website: 
www.innerlijksterk.nl

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan