Ouders van de vermiste Yoran Krol hielden vast aan God
Op 23 december 2023 werd de wereld van Daniël en Mirjam Krol volledig op zijn kop gezet toen hun 16-jarige zoon Yoran niet thuiskwam op het afgesproken tijdstip. 'Yorans fiets werd midden op de brug gevonden en diep van binnen voelde ik dat ons leven vanaf dat moment veranderd was.'
Mirjam herinnert zich de avond van Yorans vertrek als alledaags. Hij stapte op de fiets om naar het jongerencentrum te gaan. Ze lette nog even op de verlichting op zijn fiets. ‘Yoran stelde me gerust en zei: “Voor is niet zo fel, maar m’n achterlicht is feller.” Nou, dat was het belangrijkste. Niets wees erop wat zou volgen. Ik heb gewoon ‘doei’ of ‘tot straks’ gezegd. Het was een alledaags afscheid. Je denkt geen moment dat je hem nooit meer terug zult zien.’
Waar was Yoran?
Toen Yoran Krol niet thuiskwam, sloeg de ongerustheid bij zijn vader Daniël meteen om in actie. ‘Yoran was altijd op tijd thuis. We hadden zelfs afgesproken dat hij iets later mocht komen. Normaal was dat elf uur, maar die avond mocht hij om half twaalf thuis zijn, omdat hij de volgende ochtend vrij was. Toen dat moment verstreek, belden we het jongerencentrum. Hij was daar niet, dus ik stapte in de auto en reed die kant op.’
Ik wist eigenlijk al wat ik daar ging aantreffen
Het kantelpunt kwam toen vrijwilligers belden dat er een fiets op de brug stond. Daniël ging naar de brug. ‘Dat zijn de zwaarste kilometers in mijn leven geweest. Ik wist eigenlijk al wat ik ging aantreffen. Ik herkende onmiddellijk Yorans fiets. Ik zag de beschadigingen en de reparaties die ik zelf had gedaan. Ik heb zijn naam geschreeuwd, maar de omstandigheden waren overweldigend. Het waaide heel hard. Mijn woorden vielen meteen weg.’ Mirjam was intussen thuis, in shock. Ze beschreef de eerste nacht in korte woorden. ‘Koud. Trillerig. Het duizelde. De politie was direct in huis. Het was allemaal zo onwerkelijk.’ Terwijl de emoties over elkaar heen buitelden, moest er gelijk gehandeld worden. ‘Foto’s zoeken. Vragen beantwoorden. Alles gebeurde tegelijk.’
Waar was God?
Op de vraag waar God was in die eerste uren, gaf Daniël geen afgerond antwoord, maar een ervaring. ‘God was er wel. Op de brug was ik radeloos en riep het uit. Tegelijkertijd hoorde ik van binnen een stem die zei: “Daniël, je bent niet alleen.” Maar op dat moment voelde ik me wel alleen.’ Dat spanningsveld bleef. Vanaf het begin hield Daniël rekening met de mogelijkheid dat Yoran te water was geraakt. ‘Die fiets hoorde daar niet te staan. Ik keek meteen over de railing en ik zag dat het water kolkte. Het stroomde heel snel.’
Yoran, hoe voelde jij je toen je hier fietste?
In de dagen en weken daarna bleven de vragen terugkomen, vooral wanneer Daniël opnieuw over de brug fietste: ‘Yoran, hoe voelde jij je toen je hier fietste? Was je radeloos? Was je verdrietig? Was je boos?’ Daarachter lag de grotere vraag waarop hij geen antwoord vond. ‘Waarom gebeuren dit soort dingen? Uiteindelijk heb ik er geen verklaring voor of een antwoord op die vraag. Ik ervoer wel dat Jezus tegen me zei: “De tranen die jij huilt, die huil ik ook.” In die woorden vond ik troost.’
Worsteling met God
Zowel Daniël als Mirjam Krol spreken open over hun persoonlijke worsteling. Mirjam vertelt dat ze God soms juist heel dichtbij ervoer, maar dat dit het gemis niet verzachtte. Daniël vult aan: ‘Ik heb tegen God gezegd: “Ik ervaar U zo dichtbij, maar liever heb ik mijn zoon en dan ervaar ik U maar niet. Zo diep gaat dat. Toch bleef er hoop, hoe rauw ook. Mirjam verwoordt dat altijd heel mooi.’ Mirjam: ‘Yoran wist die nacht de hand van Jezus niet te grijpen, maar hij is wel in Zijn armen terechtgekomen. We weten waar hij is.’
Yoran Krol werd nooit gevonden
De vermissing van Yoran kwam groot in het nieuws en leidde tot een massale zoekactie. Het meeleven was overweldigend. ‘Er is in die eerste periode meer dan vijftig keer voor ons gekookt. We kregen kaarten, bloemen, mensen aan de deur, berichten. We voelden ons gedragen, maar tegelijkertijd moet je er wel zelf doorheen.’ Yoran werd nooit gevonden. Daniël sprak over de omstandigheden die nacht. ‘Het water stroomde ongeveer vijftien kilometer per uur en het was zo’n zestig kilometer naar zee. We hebben tegen elkaar gezegd: “We laten elkaar niet los en we laten God niet los. Dat was een belofte die ons hielp om te blijven staan, midden in een werkelijkheid die niet te bevatten is.’