Het levensverhaal van Herman Haan: misbruik, drugs, Parkinson én God
In de christelijke wereld is Herman Haan bekend als liedjesschrijver, auteur, radio- en televisiemaker, theoloog én voorganger. Onlangs deelde hij zijn aangrijpende levensverhaal. Haan werd als kind slachtoffer van seksueel misbruik. Door de vele ruzies thuis, nam hij daarnaast als tiener zijn toevlucht tot drugs. Op een bijzondere manier ontmoet Haan later God én zijn vrouw.
Haan is een verhalenverteller pur sang. Desgevraagd vertelt hij het verhaal van zijn schooljuf. ‘Ik was nog maar vier of vijf jaar oud toen er een nieuwe kleuterschooljuf kwam. Juffrouw Jannie uit Tolbert. Dat was maar drie of vier kilometer verderop van mijn schooltje. Ondertussen was ik heel ongelukkig thuis en hadden mijn ouders een heel slecht huwelijk. Maar juffrouw Jannie besteedde zoveel aandacht aan de kinderen dat je bijna kon verdrinken in haar aanwezigheid. We waren allemaal verliefd op haar. Toen vertelde ze op een gegeven moment dat ze ging trouwen. Ik heb haar nooit meer gezien, maar ik heb wel van haar geleerd dat het hét verschil kan maken als je iemand liefhebt.’
Drank en drugs
‘Mijn vader en moeder hadden eigenlijk altijd ruzie en er werd veel drank geschonken. Ze hadden een café en met name mijn moeder was vaak aangeschoten. Dan heb je geen rem meer en ik was zo kwaad op mijn ouders dat ik op een dag dacht: ik steek de hele boel in de fik. Gelukkig is dat niet gebeurd. Later, toen ik veertien was, kwam in aanraking met LSD. Vervolgens toen ik vijftien was met heroïne. Je leven gaat gewoon langzaam kapot en dat is ook wat de duivel wil. Die wil ons kapotmaken zodat we niet meer kunnen functioneren.’
Woont God hier?
‘Hoewel we niet naar de kerk gingen, mocht ik drie keer naar de zondagsschool komen. Ik was toen een jaar of acht. In de jaren daarna ervoer ik een verlangen om God te ontmoeten. Dat leidde ertoe dat ik tussen mijn vijftiende en zeventiende naar allerlei kerken ging. Ik vroeg: “Woont God hier? Want ik heb gehoord dat Hij hier woont. Kan ik kennis met Hem maken?” Die mensen keken mij aan alsof ze dachten: die gozer heeft echt te veel gesnoven, terwijl het voor mij bloedserieus was. Ik wilde God ontmoeten en wist ik veel hoe dat allemaal zat. Nu zijn Jezus en ik echt maatjes.’
De nacht was mijn vijand, want dan kwam er vaak een monster aan mijn bed
‘Mijn jeugd was verre van perfect. Het was er een van geheimen, geweld en misdadig gedrag.’ Haan leest voor uit zijn boek ‘Het gevecht van een optimist’: ‘En ik, ik was het middelpunt. Ongevraagd, dat ook nog. Ik ben dan een jaar of zeven, te klein om alles te bevatten, te jong en vooral te bang. De nacht is mijn vijand, want dan komt er vaak een monster aan mijn bed en dat monster doet dingen die ik niet wil zeggen, niet durf te zeggen, niet kan zeggen. Zelfs nu ik zestig jaar verder ben, doet dit nog steeds onbeschrijfelijk veel pijn. Het is een pijn die niet te beschrijven valt, onmenselijk wreed.’ Haan beschrijft het misbruik dat hij als jongetje onderging. ‘Je begrijpt het niet. Al weet je wél één ding en dat is: dit klopt niet. Want dit is de nacht die zich over mij uitspreidt en die niet wil dat het gezien wordt. Je weet als kind ook al dat dit niet goed is en dat die met zijn poten van mij moet afblijven. Je weet het allemaal. Tegelijkertijd zit je keel op slot en gaat je hart tekeer.’
Groot geheim
De meeste misbruikslachtoffers nemen de aangedane ellende mee tot in de dood. ‘Dat is helaas helemaal waar. Misbruik is over iemands grenzen heengaan en diegene heeft dan even twee minuten plezier en is dan weg. Misschien dat een dader vervolgens een rot gevoel heeft, maar het slachtoffer al helemaal. Want dan is er niks meer wat jou beschermt. Je bent naakt, figuurlijk naakt. Je staat daar, je ligt daar en je droomt van enge dingen. Je roept om je moeder. Allemaal dat soort dingen.’
Ziekte van Parkinson
En nu heeft Haan de ziekte van Parkinson. Hoe is dat voor hem? ‘Dat is best moeilijk. Tegelijkertijd ga ik bijna elke week voor in een kerk. Wat je de mensen vertelt, ga je toepassen op jezelf. Je kunt niet anders, want anders is het ook niet echt. Hoe verhoudt zich dat? Het is zwaar. Maar tegelijkertijd zijn Gea (de vrouw van Herman Haan, red.) en ik nog nooit zo gelukkig geweest. We gaan uiteten, we gaan een eindje rijden. Ik kan weliswaar veel minder dan tien jaar geleden, maar ik kan nog genoeg om heel veel plezier in het leven te hebben.’
Gebrek aan dopamine
‘De ziekte van Parkinson is dat je gebrek hebt aan dopamine, dat zit in je hersenen. Als je onvoldoende dopamine hebt, ga je slingeren, trillen en spreek je wartaal. Allemaal dat soort “prettige dingen”, zou ik bijna cynisch bedoeld zeggen. Dus het is best wel heftig. Ik wil er ook niet lichtvoetig over spreken, want het is ernstig genoeg. Maar tegelijkertijd als we dan thuis, in de kerk of tijdens een concert aan het zingen zijn, dan heb ik een glimlach van oor tot oor. Mijn concerten doe ik zittend. Ik merk dat de mensen het gewoon leuk vinden en me niet zielig vinden. Ik hou van het lied Tienduizend redenen. Dat is een ‘kapot’ gezongen lied, ik weet het. En dan maak je het mee dat je diagnose Parkinson krijgt, maar toch gaat het leven ook gewoon door. Alleen willen wij het een schepje mooier maken dan nu.’