Home Kijk & Lees Donovan Spaanstra gaf twee keer zijn ziel aan de duivel

Donovan Spaanstra gaf twee keer zijn ziel aan de duivel

Wie de naam ‘Donovan Spaanstra’ hoort, moet ongetwijfeld denken aan de vele graffiti-kunstwerken die hij door de loop der jaren maakte. Zijn werk leverde hem dan ook niet voor niets de bijnaam ‘Rembrandt van de graffiti’ op. Maar achter zijn successen gaat een heel ander verhaal schuil. 'Ik ervoer een overweldigende liefde door mij heen stromen. Ik zag Zijn gezicht, herkende Hem en wist direct dat deze liefde onvoorwaardelijk was', aldus kunstenaar Donovan Spaanstra.

Spaanstra groeit als kind op in een onveilige omgeving, gebruikt drugs en ziet zijn vader enigszins op het criminele pad terechtkomen. Spaanstra zelf wordt ondergebracht bij diverse pleeggezinnen en internaten. ‘Als ik op dat leven terugkijk, was dat zo intens en heftig dat het bijna is alsof we het over iemand anders hebben. Ik heb in tien verschillende tehuizen gezeten en ik weet nog dat een groepsleidster tegen een andere groepsleider zei: “Die heeft de halve hulpverlening doorlopen.” Ik was zo’n hopeloos geval. Het is heftig als je van het ene naar het andere internaat gaat.’

Donovan is de Rembrandt van de graffiti

Graffiti

Op zijn veertiende, Spaanstra verkeert dan in een internaat in Groningen, komt hij voor het eerst in aanraking met graffiti. ‘Ik was meteen gefascineerd en goed verslaafd, want graffiti kan heel verslavend zijn. Mensen die erin zitten, weten wat ik bedoel. Het is een subcultuur waarin je ingezogen wordt en het is verschrikkelijk spannend om overal je naam te zien staan terwijl niemand – alleen de ingewijden – weet dat jij het bent. Voor mij was het ook enorm verslavend om de style, de letters, steeds te verbeteren. Ik was in die tijd dat jongetje dat gepest werd en erg vernederd was, en plots was ik tof. Die stoere gasten die me altijd aan het dissen waren, vroegen ineens of ik hun namen in graffiti-letters kon schilderen.’

Ziel weggeven

Als Spaanstra veertien is, doet hij iets heel opmerkelijks: hij geeft zijn ziel weg. ‘De eerste keer dat ik dat deed, was ik twaalf jaar oud. Dat was na het luisteren van ‘Het zwarte gat’, een radioprogramma van Veronica. Mijn pleegouders destijds waren humanistisch en waarschuwden mij er dus ook niet tegen. Dus voor het slapengaan luisterde ik ernaar en ik vond het allemaal heel spannend. Na het luisteren van dat programma, gaf ik mijzelf dus aan de satan. Als je me nu vraagt waarom, kan ik alleen maar zeggen dat ik op dat moment wel beïnvloed moet zijn geweest door iets uit dat programma. Ik kan het niet verklaren. God was op dat moment helemaal niet in mijn leven aanwezig. Tegelijkertijd ervoer ik wel iets heel duisters en dacht ik: wat heb ik eigenlijk gedaan?”

Hoge status aangeboden

‘Toen ik inmiddels op een ander internaat woonde, hoorde ik een stem tegen mij zeggen: “Wil je de The King (de koning, red.) worden?” In de graffiti-wereld is dat een hele belangrijke, hoge status. Dat wilde ik wel. Omdat het voor mij in die tijd heel gebruikelijk was om met geesten te kunnen spreken en stemmen te horen, vond ik het niet zo dreigend. Ik antwoordde en zei: dat wil ik wel. Die stem zei vervolgens: “Dat kan ik je geven. Ik kan je zelfs alles geven wat ik wil, ik heb power (macht, red.)” Maar hij wilde er wel iets ‘kleins’ voor terug hebben. Ik zei: maar wat is dat dan? Toen zei hij, alsof het niets was, op heel nonchalante wijze: “Ik wil je ziel.” Het 15-jarige jongetje zei vervolgens: oké. Ik dacht destijds dat dat helemaal niets voorstelde, ervan overtuigd dat je na de dood toch weg bent. Dat was dus de tweede keer dat ik mijn ziel aan de satan weggaf. Ik moet zeggen dat er wél bepaalde verlangens van mij uitkwamen, want enkele jaren daarna –  en nu nog  – werd ik door sommige mensen bijvoorbeeld als ‘The Godfather’ van de graffiti gezien.’

Een bijzondere ontmoeting

Op een dag ontmoette ik Job van der Bijl, de zoon van de bekende Anne van der Bijl (onder meer oprichter van Open Doors, red.). Ik was het gewend dat christenen zich altijd een beetje aan je opdrongen, iets wat ik overigens heel vervelend vond en waar ik helemaal niets mee had. Maar deze man deed dat dus niet, waarna ik hem vroeg: “Job, hoe kan ik weten of die God van jou bestaat?’”Hij antwoordde: “Dan vraag je: Heer, wilt U zich aandienen?” Als 27-jarige kunstacademiestudent vond ik dat heel vreemd klinken, maar ik dacht: het zal dan wel op die manier moeten. En toen was het een maandagochtend in 1996 op de weekmarkt in Kampen toen ik aan God vroeg: “Wilt U zich aandienen?”, maar er gebeurde niets. Ik had verwacht dat er een engel uit de hemel zou komen of er een groot licht zou schijnen, maar er gebeurde niets.’

Een levensveranderende droom

Maar dan zijn we een half jaar verder en droomt Spaanstra een droom die zijn leven voorgoed zou veranderen. ‘Ik droomde dat ik in een kerk was. Ik vermoed dat hij gotisch was en er was water tot het midden van de kerk te zien. Om mij heen waren jonge mensen aan het aanbidden. Ik stond, terwijl zij zaten. Ze klapten, hadden rode wangen en zagen er gelukkig en gezond uit. Er was grote blijdschap en er was aanbidding. Ik vond het verschrikkelijk en luisterde op dat moment naar The Velvet Underground (een rockgroep uit de jaren 60 en 70, red.). Qua muziek is dat de donkere kant van de wereld. De christenen die ik in mijn droom om mij heen zag, vond ik niet echt tof. Op zijn zachtst uitgedrukt vond ik dat deze mensen gehersenspoeld en ziek waren. Hoe dan ook: ik vond het heel vervelend om daar te zien. Maar om mijzelf een houding te geven, besloot ik om mee te zingen. Niet op een leuke manier, maar eerder vals. Vervolgens werd er wat gelachen, waarna ik dacht: dat doe ik dus goed. Maar precies op dat moment pakte een blonde jongen mijn schouder beet en zei: “Ze lachen niet omdat ze jou tof vinden, maar omdat je jezelf een beetje belachelijk maakt.” Op zo’n tien of vijftien meter bij mij vandaan, zag ik in het water onder een kerkraam een oudere Meneer. Hij had twee littekens, een witte baard en grijs haar. Hij observeerde mij en ik zag in Zijn blik direct wijsheid, maar ook liefde. Dat verontrustte mij, want hoe kon deze Man van mij houden als Hij mij niet eens kende?’

‘Waarom verzet je je tegen de liefde van Jezus Christus?'

‘Hij wenkte mij en zei: “Jij hoort hier niet. Volgens mij ben je niet van hier.” Ik antwoordde en zei dat dat klopte. Ik wilde de plek verlaten, maar daar kwam het niet van. Hij zei: “Nee, dat gaan we niet doen.'”En toen vroeg hij: “Waarom verzet je je tegen de liefde van Jezus Christus?” Ik vond het een heel onlogische vraag, want hoe kan ik mij tegen Iemand verzetten als Diegene niet in mijn universum bestond? Hoewel ik nu achteraf begrijp dat ieder mens zich verzet, theologisch gezien klopte die vraag gewoon. Hij raakte mij aan met Zijn hand, van mijn achterhoofd naar mijn voorhoofd en duwde vervolgens. Er kwam een energie uit en die voelde goed, hoewel ik tegelijkertijd ook een soort innerlijke strijd ervoer. Maar op een bepaald moment ervoer ik een energie van liefde door mij heen stromen die zo overweldigend was. Ik zag Zijn gezicht, herkende Hem – terwijl ik nooit daarvoor met Hem bezig was – en ik wist direct dat deze liefde onvoorwaardelijk was.’

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan