Burgermeester Tinet de Jonge over geloof en tegenslag
Wat begint als een droom om burgemeester te worden, krijgt in het leven van Tinet de Jonge-Ruitenbeek een diepere laag wanneer haar man tijdens zijn werk als politieagent zwaar mishandeld wordt. In Hour of Power vertelt ze openhartig over haar roeping, haar geloof en de impact van het geweld op hun gezin.
Tinet werkte jarenlang bij de politie en was als teamchef verantwoordelijk voor Rotterdam-West. ‘Het was echt een fantastische plek om te mogen werken. Toch leefde er al langer een verlangen dat ik niet los kon laten. Als ik ooit burgemeester mag worden, dat zou toch wel echt fantastisch zijn. Dat verlangen heb ik tijdens mijn sollicitatie uitgesproken. Ik blijf hier meerdere jaren, tenzij de plek van burgemeester van Nijkerk vrijkomt. Want dat wil ik zo ontzettend graag. Het is een functie waarin je mensen samen mag brengen, waarin je mensen als mens mag zien en over gedrag heen mag kijken. Dat sluit voor mij naadloos aan bij het christendom.’
Mensen samenbrengen zit in de kern van mijn geloof
Tinet noemt zichzelf geen ‘christelijke burgemeester’, maar ‘een burgemeester die christen is’. Voor haar zit daar geen spanning tussen. Juist in een tijd waarin de samenleving verhardt, ziet ze haar rol als essentieel. ‘Ik merk dat het steeds moeilijker wordt om elkaar aan te spreken. Mensen zijn bang voor reacties. Maar juist door iets te zeggen, stel je samen een norm. Er waren mensen in Nijkerk die geen asielopvang wilden. Ze lieten dit weten in soms minder vriendelijke bewoordingen. Toch koos de gemeente voor gesprek. Er is heel goed geluisterd: wat willen mensen dan precies niet? En hoe kunnen we daarmee omgaan? Dat leidde tot een andere aanpak. Vier kleinschalige locaties, in eigen beheer. En inmiddels hebben meer dan honderd vrijwilligers zich gemeld om te helpen.’
Een telefoontje bij het zwembad
Tegenover haar bestuurlijke rol staat een gebeurtenis die haar leven volledig op zijn kop zette. Haar man, Gert-Jan de Jonge, werd tijdens zijn werk als politieagent neergeslagen. ‘Het was de laatste dag van de zomervakantie. We zaten met de kinderen in het zwembad toen ik een bericht kreeg dat mijn man was neergeslagen. Dat het wel goed met hem ging, werd er gezegd. Dus ik dacht: er is iets gebeurd, maar ik weet nog niet wat. Tijdens het zwemmen werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Gert-Jan herinnert zich het moment. ‘Ik was onderweg naar huis en werd gevraagd om te assisteren bij een overlastmelding. Ik dacht eerst: dat is niet voor mij. Maar er was niemand, dus ik ging erheen. Tijdens een aanhouding werd ik op mijn achterhoofd geslagen. Met alle gevolgen van dien.’
Leven met hersenletsel
‘We dachten eerst: dit komt wel goed’, vervolgt Tinet. ‘Maar Als hij thuis was, mochten we geen geluid meer maken. Met drie kleine kinderen is dat bijna niet te doen. Dingen die vanzelfsprekend waren, gingen niet meer. Een vaatwasser uitruimen, stofzuigen… het kon allemaal niet meer. Het duurde lang voordat duidelijk werd wat er echt speelde. Ik dacht: dit had al lang hersteld moeten zijn. Wat is er aan de hand? Uiteindelijk bleek dat Gert-Jan niet-aangeboren hersenletsel had.’ Gert-Jan: ‘Er is iets in mijn hoofd beschadigd waardoor ik slecht tegen prikkels kan. Zelfs een opname vraagt voorbereiding. Ik kwam hier met een koptelefoon op om het geluid te weren. En de dagen ervoor en erna moet ik echt rust nemen om bij te komen.’
We zijn gedwongen om te kiezen voor elkaar
‘De impact op ons huwelijk was groot. Ik kon sneller boos worden en situaties minder goed inschatten. Je weet rationeel wat je moet doen, maar het lukt niet altijd meer.’ Toch bracht die kwetsbaarheid ook iets nieuws. ‘We hebben gezien welke kracht er in ons huwelijk zit’, zegt Tinet. ‘Je wordt gedwongen om heel bewust keuzes te maken. Waar veel dingen eerder vanzelf gingen, moesten we nu bewust investeren in onze relatie.’ ‘Zij moet soms gewoon tegen mij zeggen: loop even een rondje’, zegt Gert-Jan. ‘En ’s avonds praten we het altijd door. Je wordt gedwongen om te praten, terwijl je dat anders misschien minder zou doen.’
Geloof zonder verwijt
Opvallend is hoe beiden omgaan met hun geloof. Geen verwijt, maar vertrouwen. ‘Ik heb eigenlijk nooit echt gevraagd: waarom ik?’ zegt Gert-Jan. ‘Misschien heel even in het begin, omdat een collega sneller herstelde. Maar niet als verwijt naar God. Ik denk aan Paulus, die het heeft over de doorn in zijn vlees. Hij vroeg ook of het weg mocht, maar dat gebeurde niet. Als zelfs Paulus daar niet vanaf kwam, wie ben ik dan om dat te eisen?’ Voor Tinet werd het geloof ook dieper. ‘Gods rode draad in ons leven zie ik. Niet omdat het makkelijk was, maar juist door alles heen. Ik had er zelf nooit voor gekozen, maar ik zie wel dat het ook goede dingen heeft gebracht.’
Mensen geven om elkaar
Ondanks alles blijft Tinet hoopvol over de samenleving. ‘We zeggen vaak dat mensen niet meer om elkaar geven, maar dat geloof ik niet. Als je ergens aanklopt en om hulp vraagt, helpt 98 procent van de mensen. Die overtuiging zag ik al in Rotterdam-West en zie ik nu opnieuw in Nijkerk. Er gebeurt zoveel moois, maar we kijken er soms te weinig naar. Het is mijn verlangen om als burgermeester de verbinding te zoeken. Ik wil dat we tegen elkaar kunnen blijven zeggen: jij mag er zijn, jij bent waardevol.