Home Kijk & lees Bobby Schuller: ‘Geef alsof je het verspilt’

Bobby Schuller: ‘Geef alsof je het verspilt’

Bobby vertelt in deze serie preken over rentmeesterschap. In deze overdenking vertelt hij inspirerende verhalen over David en uit zijn persoonlijke leven om u te bemoedigen!

50 dollar

Vandaag gaan wij verder met onze serie over rentmeesterschap. Ik herinner me nog, toen ik als tiener een jong, bruisend geloof had dat er mensen in mijn leven waren die mij destijds bedragen gaven die voor mij ongelofelijke hopen geld waren om mijn geloof uit te dragen en om al die bijbehorende dingen te doen. Als ik daarop terugkijk, ben ik zo dankbaar. Een voorbeeld: Een man gaf mij 50 dollar per week om gitaar te spelen voor een middelbare-schoolgroepje. Voor mij was dat zo’n 460 bekers instant noedels. Dat was een jaar eten.

 

Iedereen in deze kerk is een leider

Leiders

 Ik wil het met jullie hebben over de waarde van het leiden van onze teams. Iedereen in deze kerk is een leider. De definitie van leiderschap luidt: iemand die invloed heeft. Sommigen van ons beïnvloeden veel mensen, sommigen een paar maar als je een ouder bent, ben je een leider. Als grootouder ben je een leider. Je leidt je collega’s. Je leidt mensen in deze kerk als je met hen omgaat. En het is belangrijk dat, als wij leidinggeven, als wij proberen mensen ergens heen te leiden wat wij als christenen horen te doen, mensen naar hét leven leiden dat wij vrijgevigheid gebruiken als een van de meest effectieve manieren om leiding te geven. Met andere woorden, dat wij aan onze teams geven. Wij geven aan mensen die ons volgen. 

 

Tijd en geld

Wij vinden dat investeren in kinderen, investeren in de mensen in onze teams, een van de beste dingen is die wij kunnen doen met ons geld en met onze tijd. En ik wil jullie aanmoedigen, vooral als het gaat om kinderen of om de eredienst. Ik geloof dat je bijna zoveel moet geven dat iemand van de aanwezigen de neiging kan krijgen om naar je te kijken en te zeggen, waarom al deze verspilling? En dit is in feite een centraal thema in de Bijbel.

Dit waren kerels die gewoon beesten waren

De drie helden

2 Samuel is een verhaal over Davids dertig dappere mannen. Dit waren kerels die gewoon beesten waren. Zij waren gek op vechten. Zij waren stoer en rauw. Er waren er drie bij, die de elite binnen die dertig vormden. De aanvoerder van die drie toppers, de grootste van de grootsten was ene Isboseth. Zeg dat allemaal maar eens. Dat klinkt zelfs stoer, hè? Isboseth was een geboren leider. Ze zeggen dat hij zelf in één gevecht 800 mannen heeft gedood om een idee te geven van wat een keiharde vechtersbaas hij was. De tweede, die om een of andere reden erg beroemd was, was Eleazar. Er staat dat Eleazar bij koning David was en dat ze een gebied, genaamd Pas Dammim, verdedigden. Het was waarschijnlijk een heuvel of een pas door de bergen. Ze vonden die pas belangrijk, van strategisch belang en ze probeerden die stelling tegen de Filistijnen te verdedigen. En daar is Eleazar, de hoofdman van de eenheid en ze vechten man tegen man met elkaar en dan gebeurt er iets en iedereen vertrekt. Maar Eleazar houdt zich staande en vecht door met zijn zwaard. En er staat dat hij uren en uren heeft gevochten en dat hij helemaal alleen deze grote zege heeft behaald in de Pas Dammim. En er staat dat de troepen uiteindelijk naar Eleazar zijn teruggekeerd maar alleen om de doden te plunderen. Boeiend, hé, dat Oude Testament. De derde van de groep was een man die Samma heette die in zijn eentje in een linzenveld was omsingeld. Wij weten niet door hoeveel, maar hij was zo’n Bruce Lee-achtige figuur. Hij was elke soldaat van de groep die hem omringde, makkelijk de baas.

 

Spelonk van Adullam

En dankzij dit soort wapenfeiten en andere legendarische daden hebben deze drie kerels de reputatie, onverslaanbare vechtersbazen te zijn. Ze zijn jong, ze zijn harder dan staal, ze zijn getekend door de strijd, gespierd en getraind en gewend om af te zien en ze zitten vast in een grot met de andere dertig mannen en de rest van het leger, met koning David in hun bolwerk, de spelonk van Adullam. En ze willen Davids thuisstad, de stad Bethlehem, belegeren en heroveren.

 

Grotwater

Nu is David een koning, maar hij is ook een generaal en hij heeft van alles met zijn mannen doorgemaakt, van triomf tot opoffering en nu zitten ze vast in een grot. En het is een grot, maar het is ook de woestijn en iedereen heeft dorst. Heb je ooit een ontzettende dorst gehad? David heeft dorst. En zijn thuisstad is bezet door de vijand en iemand geeft hem weer een beker vuil, bruin grotwater. Hij kijkt ernaar en hij neemt een slokje en uit hardop zijn frustratie. Haalde maar iemand wat water voor mij uit de put bij de poort van Bethlehem. Hij pakt die beker en gooit hem tegen de muur. Ik ben een koning en ik zit vast in een grot en drink grotwater. Dit is niet eerlijk.

 

Bethlehemwater

Natuurlijk horen zijn mannen dat en zij weten dat hij gefrustreerd is. Ze weten dat hij het niet letterlijk bedoelt maar Isboseth, de man die 800 man in zijn eentje doodde zegt tegen die andere twee, Eleazar, de man met de bevroren zwaardhanden en Samma, de kerel die het linzenveld verdedigde: Hé jongens, wat als wij dat nou eens gingen doen? Nee, serieus, wat dachten jullie ervan? Wat als wij door de vijandelijke linies breken en wat Bethlehemwater gaan halen voor koning David? Zullen wij? Dus ze trekken lichte bepantsering aan en ze pakken hun speer en zetten een kleine helm op en ze sluipen dwars door het vijandelijke kamp.

 

Koning David staat perplex, hij wist niet eens dat ze weg waren

Bloed

En die drie kolossale kerels komen terug bij David bezweet en bedekt met modder en bloed en sneeën en blauwe plekken en ze hebben een kruik echt Bethlehems spawater bij zich. Alstublieft, mijnheer. Stel je dat eens voor. Koning David staat perplex. Hij wist niet eens dat ze weg waren. Ze brengen een kruik vol vers, ijskoud water uit zijn eigen fontein en hij heeft dorst en zij hebben dorst en iedereen is het grotwater zat en houdt de waterkruik vast en dan kijkt hij alle manschappen aan en ze vragen zich allemaal af wat er gaat gebeuren, wat hij gaat zeggen en hij zegt: Het is verre van mij om dit te doen, Heer. Een gebed dus, hè. Is dit niet het bloed van mannen die met gevaar voor eigen leven zijn gegaan?

 

Verspilling

De Bijbel zegt dat hij het water nam en het als een offer aan de Heer uitgoot. Iedereen hier en iedereen die meeluistert, zal zich wellicht afvragen: Waarom zo’n verspilling? Wat een verspilling. Geef het tenminste aan de jongens die het hebben gebracht. Maar ik kan jullie garanderen: Geen van die mannen daar zei: Waarom zo’n verspilling? Niemand was daar gefrustreerd of verward. Het waren Joden en ze begrepen de boodschap. Het feit dat deze drie mannen letterlijk hun leven riskeerden om hem een glas water te geven, bewijst dat er iets charmants, iets innemends, iets bijzonders aan David was dat ervoor zorgde dat mensen in zijn buurt wilden zijn om hem te volgen, om indruk te maken, om tot zijn vertrouwelingen te behoren. Ik denk dat dit soort dingen David tot zo’n groot leider maakten.

Leiders eten als laatste

Simon Sinek

Albasten kruikje

Voor mij is de midrasj dat wij het allerbeste geven wat wij hebben. Dat is wat wij aan God geven. Onze eerste vruchten. Abels vruchten, niet die van Kaïn. Dat wij het beste van wat wij hebben in aanbidding aan de Heer geven. En ik denk dat het zo belangrijk is dat, als wij de Heer aanbidden en als wij aan de Heer geven, dat wij het doen op een manier dat sommigen die de Heer niet kennen, zullen denken: Wat een verspilling. Wat een verspilling. Een verhaal dat een prachtige link naar dit verhaal is, is het verhaal van het albasten kruikje.

50.000 dollar

In Marcus 14 is Jezus in Bethanië, in het huis van Simon. Iedereen zit rond de lage tafel te eten en koestert elkaars gezelschap. Dan komt een vrouw binnen met een albasten kruikje. Het lijkt er in de tekst van Marcus op dat niemand weet wie deze vrouw is. En ze loopt op de Heer af en ze begint te huilen en ze giet dat hele kruikje leeg over zijn voeten. De Bijbel vertelt ons dat dat albasten kruikje 300 denarie waard was wat een ongelooflijke som geld is. Wij weten uit een ander tekstfragmentdat 200 denarie genoeg is om vijfduizend mensen te voeden. De vertalers zeggen dat 300 denarie ongeveer een goed jaarsalaris is. Op een dag, wanhopig gestemd, ziet ze de grote rabbi en wij weten niet waarom ze huilt, maar ze vergiet dat hele kruikje met spul ter waarde van 50.000 dollar over Jezus’ voeten en veegt het af met haar handen. En de discipelen berispen haar. Judas in het bijzonder. En ze zeggen deze woorden: Waarom deze verspilling? Ze zeggen specifiek: Die olie had verkocht kunnen worden en het geld had aan de armen gegeven kunnen worden. Het had zevenduizend mensen kunnen voeden, of zoiets. En je hebt het gewoon vergoten en aan Jezus’ voeten verspild.

Jezus de man die altijd opkomt voor de armen berispt hen

Aanbidding

Jezus kijkt naar zijn discipelen en berispt hen. Jezus, de man die altijd opkomt voor de armen, Jezus, die zegt dat wij gescheiden zullen worden in schapen en bokken op basis van wie wij geholpen en verzorgd hebben. Hij berispt zijn discipelen en Hij zegt dat dit iets moois is wat zij heeft gedaan en waar het evangelie wordt gepredikt, zal zij worden genoemd. Dat is niet niks, wat Hij zegt. Hij zegt: Jullie zullen altijd armen om je heen hebben maar Mij zult je slechts deze korte tijd bij je hebben. Hier betoogt Jezus, die als geen ander voor de armen opkomt dat er soms verspilling schuilt in de manier waarop wij aanbidden.

 

Judas

Let wel, soms is er ook een verspilling in de manier waarop wij met onze kinderen of onze families omgaan. Velen van ons kennen mensen die net als Judas zijn. Weten jullie trouwens dat er in Marcus 14 staat dat dit moment voor Judas de druppel was die de emmer deed overlopen? Na dit verhaal, waarin hij zegt dat het geld naar de armen moet gaan en Jezus zegt dat ze iets moois gedaan heeft en dat dat niet vergeten wordt vertrekt Judas en gaat naar de Sadduceeën en zegt: Ik ga Hem aangeven.

 

Wanneer heb jij voor het laatst de armen geholpen?

Cool overkomen

Ik herinner mij dat ik op de universiteit zat of net was afgestudeerd en ik kan je verzekeren dat ik alles wist. Ik was de grote pleitbezorger, ik was een levende heilige. Ik wist precies dat iedereen het verkeerd deed. Als ze mij de leiding zouden geven, zouden ze er wel achter komen. En ik weet nog hoe ik bij de Crystal Cathedral kwam als een jongerenpredikant. En als een Schuller vond ik dat ik kritisch mocht zijn over onze kerk. En ik herinner mij dat ik daar een groep leidde en een jongeman uit mijn groep sprak op een manier om cool over te komen en door hem geaccepteerd te worden. Ik keek naar hem en ik zei: Moet je die Crystal Cathedral en al die spullen zien. Dit had gebruikt kunnen worden om de armen te helpen. De armen helpen, vroeg hij. Ja, zei ik. Hij zei: Wij helpen de armen toch? Ach, zei ik, dit had ook een daklozenopvang kunnen zijn, of levensmiddelen. En hij zei: Wanneer heb jij voor het laatst armen geholpen? Niet zo lang geleden, zei ik. Ik weet het niet. Maar in feite waren dat misschien wel jaren.

 

Volleybalvelden

In de kerk oordelen wij zo snel, bekritiseren wij elkaar zo snel. Oordeel niet te snel over de vrouw die het albasten kruikje over Jezus’ voeten uitgiet. Er is iets heel moois aan het geven van zoveel aan de Heer dat iemand kijkt en zegt: Wat een verspilling. Waarom zo’n verspilling? En ik denk dat dat vooral geldt als het om kinderen gaat, en daar sluit ik mee af. Dit is iets wat mijn schoonvader graag zegt. Hannah’s vader houdt van tieners, houdt ervan om tieners te bereiken. Hij is een zakenman en hij heeft heel veel geld gebruikt waarmee hij een andere vestiging had kunnen openen. Hij zit in de detailhandel. Maar hij heeft dat geld gebruikt voor volleybalvelden voor jongeren en om plaatsen te creëren waar jongeren kunnen werken en geld kunnen inzamelen en evangelisatie kunnen steunen. Hij had veel tijd kunnen gebruiken om meer succes te hebben met zijn bedrijf maar hij zei nee, ik wilde dat mijn eerste vruchten naar mijn kinderen en hun vrienden gingen.

 

Verliefd

Het maakt mij niet uit of het zakelijk gesproken geldverspilling was. Ik wilde dat mensen bereikt werden voor het evangelie van Christus. En God heeft hem ervoor gezegend. Ik was een van die kinderen. Ik was het joch dat hij 50 dollar betaalde om gospelmuziek te spelen waarover ik het eerder had en dat veranderde mijn leven. En ik ben ook met Hannah getrouwd. Hoewel de volgorde omgekeerd was. Ik was verliefd op Hannah voordat ik haar vader ontmoette. Dus geef royaal alsof je het verspilt. Geef aan de Heer en geef aan mensen in nood en wees niet bezorgd over de tijd die je besteedt aan je kinderen en aan tieners en aan het bereiken van jongeren en aan missies. Met de plaats die de Heer in je hart inneemt moet je niet bang zijn om het water uit te storten. Wees niet bang om naar je team te kijken en te zeggen dat wij samen over de finish gaan. En vergeet niet dat vrijgevigheid een van de beste manieren is om mensen te leiden.

 

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan